A1 noun Neutral 2 min de lectura

reis

/rɛis/

The word 'reis' is the standard Dutch noun for any journey, trip, or voyage.

Palabra en 30 segundos

  • Refers to a journey or trip from one place to another.
  • Used for vacations, business trips, and long-distance travel.
  • Commonly paired with the verbs 'maken' (make) or 'gaan' (go).

Overzicht

Het woord 'reis' is een essentieel zelfstandig naamwoord in het Nederlands. Het is een de-woord (de reis) en het meervoud is 'reizen'. Het beschrijft het concept van reizen in de breedste zin van het woord, van een korte vakantie tot een wereldreis. 2) Gebruikspatronen: De meest voorkomende werkwoordcombinatie is 'een reis maken'. Wanneer iemand vertrekt, zeggen we dat diegene 'op reis gaat'. In de dagelijkse taal wordt 'reis' vaak gecombineerd met andere woorden om het doel te verduidelijken, zoals 'zakenreis' of 'wereldreis'. 3) Gemeenschappelijke Contexten: Je vindt dit woord terug in bijna elke context die met transport of vrije tijd te maken heeft. Het wordt veel gebruikt in de toeristische sector, bij het plannen van vakanties, en in formele sferen wanneer men spreekt over logistiek of internationale bezoeken. Ook in metaforische zin komt het voor, zoals 'een reis door het leven'. 4) Vergelijking met soortgelijke woorden: Hoewel 'reis' de algemene term is, zijn er nuances. Een 'rit' wordt specifiek gebruikt voor een verplaatsing met een voertuig (zoals een autorit). Een 'tocht' suggereert vaak een actievere inspanning, zoals een fietstocht of een trektocht. Een 'trip' is vaak korter en informeler. 'Reis' blijft echter de meest neutrale en veelzijdige term voor elke vorm van reizen.

Ejemplos

1

De reis naar Amsterdam duurt twee uur.

everyday

The trip to Amsterdam takes two hours.

2

Wij danken u voor uw reis met de Nederlandse Spoorwegen.

formal

We thank you for your journey with the Dutch Railways.

3

Hoe was je reis?

informal

How was your trip?

4

De wetenschappelijke reis leverde veel nieuwe inzichten op.

academic

The scientific expedition yielded many new insights.

Colocaciones comunes

een reis boeken to book a trip
op reis gaan to go on a trip
een verre reis a long-distance journey

Frases Comunes

Goede reis!

Have a good trip!

Een reis om de wereld.

A trip around the world.

Op reis zijn.

To be traveling / on a trip.

Se confunde a menudo con

reis vs rit

A 'rit' is usually a short drive or ride in a vehicle, whereas 'reis' is more general and often longer.

reis vs tocht

A 'tocht' implies an active or organized tour, like a hike or a boat tour, often with a focus on the route.

Patrones gramaticales

de reis (singular) de reizen (plural) op reis (prepositional phrase)

How to Use It

Notas de uso

The word 'reis' is neutral and can be used in all levels of formality. In very formal settings, you might see 'traject' for specific parts of a journey, but 'reis' remains the standard term. It is always a 'de' word.


Errores comunes

English speakers often say 'neem een reis' (take a trip), but the correct Dutch collocation is 'maak een reis' (make a trip). Another mistake is using 'het reis', which is incorrect as it is a 'de' word.

Tips

💡

Use 'maken' for taking a trip

In English you 'take' a trip, but in Dutch you 'make' a trip (een reis maken).

⚠️

Don't confuse with the verb 'reizen'

Remember that 'reis' is the noun (the trip), while 'reizen' is the verb (to travel).

🌍

Dutch love for traveling

The Dutch are known for being avid travelers; asking 'Hoe was je reis?' is a very common social opener.

Origen de la palabra

Derived from the Middle Dutch 'reise', which originally meant 'departure' or 'military expedition'. It shares roots with the English word 'rise'.

Contexto cultural

Travel is a major part of Dutch culture, with many people taking at least one 'verre reis' (faraway trip) and several smaller 'uitstapjes' (outings) per year.

Truco para recordar

Think of the English word 'rise'. You 'rise' from your seat to start your 'reis' (trip).

Preguntas frecuentes

4 preguntas

Het is een de-woord. Je zegt dus 'de reis' en 'een reis'.

Het meervoud is 'reizen'. Let op de verandering van de 's' naar een 'z'.

De meest gebruikelijke wens is 'Goede reis!', wat 'Have a good trip!' betekent.

Ja, je kunt het gebruiken voor persoonlijke ontwikkeling, zoals 'een innerlijke reis'.

Ponte a prueba

fill blank

Ik maak volgende week een ___ naar Italië.

¡Correcto! No del todo. Respuesta correcta: reis

In deze zin hebben we een enkelvoudig zelfstandig naamwoord nodig na 'een'.

multiple choice

Iemand gaat op vakantie. Wat zeg je?

¡Correcto! No del todo. Respuesta correcta: Goede reis!

'Goede reis!' is de standaarduitdrukking om iemand een fijne trip te wensen.

sentence building

maken / een / wij / lange / reis

¡Correcto! No del todo. Respuesta correcta: Wij maken een lange reis.

De standaardvolgorde in een Nederlandse mededelende zin is Onderwerp + Persoonsvorm + Rest.

Puntuación: /3

¿Te ha servido?
¡No hay comentarios todavía. Sé el primero en compartir tus ideas!