Winnen is the essential Dutch verb for achieving victory or gaining a prize.
Palabra en 30 segundos
- To achieve victory in a game or contest.
- Irregular verb: winnen, won, gewonnen.
- Used with 'van' for opponents and 'iets' for prizes.
Overzicht
'Winnen' is een van de meest gebruikte werkwoorden in de Nederlandse taal, vooral in de context van sport, spelletjes en competities. Het is een sterk (onregelmatig) werkwoord, wat betekent dat de klinker verandert in de verleden tijd (won) en het voltooid deelwoord (gewonnen). 2) Gebruikspatronen: Het werkwoord wordt op twee hoofdwijzen gebruikt. Ten eerste kun je 'iets' winnen, zoals een prijs, een medaille of een geldbedrag. Ten tweede kun je 'van iemand' winnen, waarbij 'van' de tegenstander aanduidt. In de voltooide tijd wordt altijd het hulpwerkwoord 'hebben' gebruikt (bijv. 'Ik heb gewonnen'). 3) Veelvoorkomende Contexten: Naast sport en spel wordt 'winnen' ook figuurlijk gebruikt. Je kunt 'tijd winnen' door iets sneller te doen, of 'iemands vertrouwen winnen'. In de zakelijke wereld spreekt men vaak over 'winst maken', wat direct gerelateerd is aan dit werkwoord. 4) Vergelijking met vergelijkbare woorden: 'Winnen' verschilt van 'overwinnen'. Waar 'winnen' meestal over een wedstrijd gaat, gaat 'overwinnen' vaak over het verslaan van een angst of een groot obstakel. 'Behalen' wordt vaker gebruikt voor resultaten zoals een diploma of een score, terwijl 'winnen' echt de nadruk legt op de overwinning zelf.
Ejemplos
Ik hoop dat we vandaag gaan winnen.
everydayI hope we are going to win today.
Zij heeft een gouden medaille gewonnen.
formalShe won a gold medal.
Heb je al eens van hem gewonnen?
informalHave you ever won against him?
Het bedrijf probeert marktaandeel te winnen.
academicThe company is trying to gain market share.
Colocaciones comunes
Frases Comunes
Wie niet waagt, wie niet wint
Nothing ventured, nothing gained
Aan de winnende hand zijn
To be on the winning side
Se confunde a menudo con
Overwinnen means 'to conquer' or 'to overcome' (e.g., a fear), whereas winnen is for competitions.
Behalen is used for achieving results or grades, while winnen implies being the best or getting a prize.
Patrones gramaticales
How to Use It
Notas de uso
The verb 'winnen' is neutral and can be used in any context. It is very common in both spoken and written Dutch. When used with a direct object (like 'de prijs'), it means to acquire it through victory. When used with 'van', it refers to the person or team defeated.
Errores comunes
English speakers often forget that the past tense is 'won' (singular) or 'wonnen' (plural) and try to use 'winde'. Another common error is using 'zijn' in the perfect tense (e.g., 'Ik ben gewonnen'), which is incorrect; always use 'hebben'.
Tips
Master the irregular past tense forms
Focus on memorizing 'won' and 'gewonnen' early, as they are used very frequently in daily conversation.
Don't confuse with 'overwinnen'
Use 'winnen' for games and prizes. Use 'overwinnen' for conquering fears or major obstacles.
Dutch love for board games
In the Netherlands, 'bordspelletjes' are popular. You will often hear 'Wie heeft er gewonnen?' during social gatherings.
Origen de la palabra
From the Proto-Germanic word 'winnaną', which originally meant to labor, strive, or fight.
Contexto cultural
Winning is a big part of Dutch sports culture, especially in football and speed skating. However, the Dutch also value 'meedoen is belangrijker dan winnen' (participating is more important than winning) in amateur settings.
Truco para recordar
Think of the English word 'Winning'. The Dutch 'winnen' sounds very similar and means exactly the same thing.
Preguntas frecuentes
4 preguntasNee, het is een onregelmatig (sterk) werkwoord. De vormen zijn winnen - won - gewonnen.
Je gebruikt het voorzetsel 'van'. Bijvoorbeeld: 'Ik win van mijn broer'.
Je gebruikt altijd het hulpwerkwoord 'hebben'. Bijvoorbeeld: 'Wij hebben de wedstrijd gewonnen'.
Winnen gebruik je voor een overwinning of prijs, terwijl behalen vaker wordt gebruikt voor een diploma of een doel.
Ponte a prueba
Gisteren ___ ons team de belangrijke wedstrijd.
De zin staat in de verleden tijd (gisteren), dus gebruiken we de enkelvoudige vorm 'won'.
Hoe zeg je dat je je vriend hebt verslagen?
Bij een persoon als tegenstander gebruik je 'van' en het hulpwerkwoord 'hebben'.
hebben / de loterij / gewonnen / zij
In een standaard Nederlandse zin komt het onderwerp eerst, dan het hulpwerkwoord en aan het eind het voltooid deelwoord.
Puntuación: /3
Summary
Winnen is the essential Dutch verb for achieving victory or gaining a prize.
- To achieve victory in a game or contest.
- Irregular verb: winnen, won, gewonnen.
- Used with 'van' for opponents and 'iets' for prizes.
Master the irregular past tense forms
Focus on memorizing 'won' and 'gewonnen' early, as they are used very frequently in daily conversation.
Don't confuse with 'overwinnen'
Use 'winnen' for games and prizes. Use 'overwinnen' for conquering fears or major obstacles.
Dutch love for board games
In the Netherlands, 'bordspelletjes' are popular. You will often hear 'Wie heeft er gewonnen?' during social gatherings.
Ejemplos
4 de 4Ik hoop dat we vandaag gaan winnen.
I hope we are going to win today.
Zij heeft een gouden medaille gewonnen.
She won a gold medal.
Heb je al eens van hem gewonnen?
Have you ever won against him?
Het bedrijf probeert marktaandeel te winnen.
The company is trying to gain market share.
Related Content
Frases relacionadas
Vocabulario relacionado
Más palabras de sports
sporten
A2To engage in physical activity for health or competition.
exercitie
C1A training exercise or drill.
sport
A1Sport
spel
A1Activity for amusement
meedoen
A2To participate in an activity.
wandelen
A2To walk for pleasure.
speel
A1Play (first person singular of spelen)
speler
A1A person who plays a game
voetbal
A1Football
wandel
A2to walk or stroll