A1 noun Neutral 2 Min. Lesezeit

bureau

/byˈroː/

Bureau refers to both the physical desk and the organizational entity or agency.

Wort in 30 Sekunden

  • A piece of furniture for working, writing, or studying.
  • Can refer to a physical desk or an entire office agency.
  • Commonly used in professional, educational, and police contexts.

Overzicht

Het woord 'bureau' is een van de meest gebruikte zelfstandige naamwoorden in de Nederlandse taal, vooral in professionele en educatieve contexten. Het woord is rechtstreeks overgenomen uit het Frans, waar 'burel' oorspronkelijk verwees naar een grove wollen stof die werd gebruikt om schrijftafels mee te bedekken. In het modern Nederlands heeft het woord een dubbele functie: het duidt zowel een specifiek meubelstuk aan als een instantie of kantoorruimte. Vanwege de Franse herkomst is de uitspraak uniek (/byˈroː/) en wijkt deze af van de standaard Nederlandse spellingsregels voor de klank 'o'.

Gebruikspatronen

Grammaticaal gezien is 'bureau' een onzijdig woord, wat betekent dat het lidwoord 'het' altijd wordt gebruikt. In de dagelijkse taal is het meervoud 'bureaus'. Een veelgemaakte fout is het schrijven van 'bureau's' met een apostrof, maar dit is onjuist omdat de 's' direct aan de klinkercombinatie 'eau' kan worden geplakt zonder de uitspraak te veranderen. Het verkleinwoord 'bureautje' wordt vaak gebruikt om een kleine werkplek of een schattig antiek meubelstuk te beschrijven. Wat betreft voorzetsels, zeggen we meestal dat we 'aan' ons bureau zitten wanneer we werken.

Veelvoorkomende contexten

In de werkomgeving is het bureau onmisbaar. We zien het terug in samenstellingen zoals 'bureaustoel', 'bureaulamp' en 'bureau-accessoires'. Daarnaast wordt het woord op grote schaal gebruikt voor organisaties. Denk aan een 'uitzendbureau' (voor werkzoekenden), een 'architectenbureau' of een 'onderzoeksbureau'. Een heel specifieke Nederlandse context is de politie; 'het bureau' is in de volksmond de standaardnaam voor het politiebureau. Als iemand zegt: 'Je moet je melden op het bureau,' dan is de context bijna altijd gerelateerd aan de politie.

Vergelijking met soortgelijke woorden

Het is belangrijk om 'bureau' te onderscheiden van 'kantoor' en 'tafel'. Een 'kantoor' verwijst naar de kamer of het gebouw waarin gewerkt wordt, terwijl het 'bureau' het meubelstuk zelf is. Je kunt dus een bureau in je kantoor hebben staan. Het verschil met een 'tafel' zit in de functie. Een tafel is een algemeen meubelstuk voor diverse doeleinden (eten, vergaderen, spelletjes), terwijl een bureau specifiek is ontworpen voor individueel werk, vaak met lades voor papierwerk en een ergonomische hoogte voor computers.

Beispiele

1

Ik heb een nieuw bureau gekocht voor mijn werkkamer.

everyday

I bought a new desk for my study.

2

Het adviesbureau heeft een uitgebreid rapport opgesteld.

formal

The consultancy firm has drafted an extensive report.

3

Mijn bureau ligt vol met papieren.

informal

My desk is covered with papers.

4

Het onderzoek werd uitgevoerd door een onafhankelijk bureau.

academic

The research was conducted by an independent agency.

Häufige Kollokationen

Aan een bureau zitten To sit at a desk
Een opgeruimd bureau A tidy desk
Het politiebureau The police station

Häufige Phrasen

Het politiebureau

The police station

Een uitzendbureau

An employment agency

Achter je bureau zitten

To be at your desk working

Wird oft verwechselt mit

bureau vs kantoor

Kantoor refers to the entire room or office building, while bureau is the piece of furniture.

bureau vs tafel

A tafel is a general table for eating or socializing; a bureau is specifically for working.

Grammatikmuster

het bureau aan het bureau op het bureau

How to Use It

Nutzungshinweise

The word 'bureau' is neutral and suitable for all registers. In professional settings, it often appears in compound words to describe specific types of agencies. When referring to the furniture, it implies a workspace rather than a general surface.


Häufige Fehler

English speakers often use 'de' instead of 'het' because many other furniture items are 'de-words'. Another common error is spelling the plural as 'bureau's' with an apostrophe; in Dutch, it is simply 'bureaus'.

Tips

💡

Remember the French 'eau' sound

The 'eau' at the end is pronounced as a long Dutch 'o'. It sounds like 'buro'.

⚠️

Don't confuse furniture with the room

Use 'bureau' for the desk and 'kantoor' for the room or office building.

🌍

The Police Station connection

In Dutch, 'het bureau' is the most common way to refer to the police station.

Wortherkunft

Derived from the Old French 'burel', a coarse wool cloth that was used to cover writing tables in the Middle Ages.

Kultureller Kontext

In the Netherlands, 'het bureau' is synonymous with the police station. Having a clean and organized bureau is often seen as a sign of efficiency in Dutch work culture.

Merkhilfe

Think of a 'Bureau' (agency) full of 'Bureaus' (desks). It ends in 'eau' like water, but you use it to work and stay productive.

Häufig gestellte Fragen

4 Fragen

Het is altijd 'het bureau'. Dit is een onzijdig zelfstandig naamwoord.

Het meervoud is 'bureaus'. Je voegt simpelweg een 's' toe aan het einde.

Ja, een bureau kan ook een organisatie zijn, zoals een uitzendbureau of een reisbureau.

Je spreekt het op de Franse manier uit als /byˈroː/, met een lange 'o' aan het eind.

Teste dich selbst

fill blank

Ik werk elke dag aan mijn ___.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: a

Je werkt 'aan' een bureau; dit is de meest logische plek voor werkzaamheden.

multiple choice

___ nieuwe bureau staat in de woonkamer.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: b

Bureau is een onzijdig woord, dus het krijgt het lidwoord 'het'.

sentence building

op / staat / de / bureau / lamp / het

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: a

Dit is de correcte zinsbouw: Onderwerp + werkwoord + plaatsbepaling.

Ergebnis: /3

War das hilfreich?
Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der seine Gedanken teilt!