passen
Remember 'passen' when you want to say something is the correct size or shape.
passen in 30 Sekunden
- This word is about things fitting.
- It's used for clothes, shoes, and other objects.
- Think 'does it fit?' in English.
How Formal Is It?
"De afmetingen van het meubelstuk dienen nauwkeurig te passen in de beschikbare ruimte."
"De jas past goed, maar de kleur staat me niet zo."
"Die trui past me echt niet meer, hij is te klein."
"De schoenen van mama passen niet aan mijn voeten."
"Die vibe past wel bij mij."
Aussprachehilfe
- confusing with 'past' as in past tense of 'to happen'
Schwierigkeitsgrad
short and common verb
straightforward conjugation
frequently used in daily conversation
clear pronunciation
Was du als Nächstes lernen solltest
Voraussetzungen
Als Nächstes lernen
Fortgeschritten
Beispiele nach Niveau
De broek past perfect, hij zit comfortabel.
The trousers fit perfectly, they are comfortable.
Deze schoenen passen niet, ze zijn te klein.
These shoes don't fit, they are too small.
Past deze sleutel in het slot?
Does this key fit in the lock?
De nieuwe bank past precies in de hoek van de kamer.
The new sofa fits exactly in the corner of the room.
Deze muts past me niet, hij is veel te groot.
This hat doesn't fit me, it's much too big.
De kledingkast past niet door de deur, we moeten hem demonteren.
The wardrobe doesn't fit through the door, we need to dismantle it.
De puzzelstukjes passen allemaal in elkaar.
All the puzzle pieces fit together.
Zal deze stekker in het stopcontact passen?
Will this plug fit into the socket?
De nieuwe schoenen passen perfect bij haar outfit.
The new shoes fit perfectly with her outfit.
Here, 'passen bij' means to match or go well with.
Past de sleutel in het slot?
Does the key fit in the lock?
A common phrase asking if something is the right size for an opening.
Deze broek past me niet meer, ik ben blijkbaar gegroeid.
These pants don't fit me anymore, I've apparently grown.
'Me passen' indicates that something fits a person.
We moeten kijken of de meubels in de nieuwe kamer passen.
We need to see if the furniture fits in the new room.
Similar to 'passen in het slot', referring to fitting into a space.
De hoed past hem als gegoten, alsof hij ervoor gemaakt is.
The hat fits him like a glove, as if it was made for it.
'Als gegoten' is an idiom meaning 'like a glove' or 'perfectly'.
Zorg ervoor dat de stekker goed in het stopcontact past.
Make sure the plug fits properly into the socket.
Another example of 'passen in', emphasizing a secure fit.
Het was een hele klus om al die cadeautjes in de kleine tas te laten passen.
It was quite a job to make all those presents fit in the small bag.
'Laten passen' means to make something fit.
Die felle kleur past totaal niet bij haar huidskleur.
That bright color doesn't suit her skin tone at all.
Here, 'passen bij' is used in the sense of suiting or complementing.
De nieuwe schoenen passen perfect bij haar voet.
The new shoes fit her foot perfectly.
Past deze trui jou nog, of is hij te klein geworden?
Does this sweater still fit you, or has it become too small?
Deze sleutel past niet in het slot, ik denk dat ik de verkeerde heb.
This key doesn't fit in the lock, I think I have the wrong one.
Het meubel past precies in de hoek van de kamer.
The furniture fits exactly in the corner of the room.
Die hoed past hem niet, hij is veel te groot.
That hat doesn't fit him, it's much too big.
Kun je controleren of de stekker in het stopcontact past?
Can you check if the plug fits into the socket?
De kleding past niet meer na al dat lekker eten op vakantie.
The clothes don't fit anymore after all that good food on vacation.
Zorg ervoor dat de deksel goed op de pan past om de warmte binnen te houden.
Make sure the lid fits well on the pan to keep the heat in.
Grammatikmuster
Satzmuster
Het past.
De jas past. (The jacket fits.)
Het past niet.
De schoenen passen niet. (The shoes don't fit.)
Past het?
Past de broek? (Do the trousers fit?)
Het past me (goed/niet goed).
De hoed past me goed. (The hat fits me well.)
Past het jou?
Past de trui jou? (Does the sweater fit you?)
Het past bij (iets).
De kleur past bij de muur. (The color matches the wall.)
Deze maat past beter.
Deze maat past beter dan de andere. (This size fits better than the other one.)
Ik moet kijken of het past.
Ik moet kijken of het me past. (I need to see if it fits me.)
Wortfamilie
Substantive
Verben
Adjektive
Tipps
Basic Meaning of 'passen'
The most common meaning of passen at an A2 level is 'to fit'. Think about clothes or shoes. Does it fit you?
'Passen' with Clothing
When you're trying on clothes, you can ask: 'Past deze broek?' (Does this pair of pants fit?) or 'De schoenen passen perfect.' (The shoes fit perfectly.)
Not Just Clothes
Passen isn't only for clothing. You can also use it for keys in a lock, or a piece of a puzzle. 'De sleutel past niet.' (The key doesn't fit.)
Using 'bij' with 'passen'
Often, passen is followed by 'bij' (with/to) to indicate what something fits with. 'De kleur past goed bij je.' (The color suits you well.)
Verbs like 'passen'
Think of English words like 'to fit', 'to suit', or 'to match'. These are similar in meaning to passen.
Negating 'passen'
To say something doesn't fit, use 'niet'. 'De jas past niet.' (The coat doesn't fit.)
Questioning with 'passen'
To ask if something fits, simply put the verb first: 'Past het?' (Does it fit?)
Practice Sentences with 'passen'
Try making your own sentences: 'Past deze hoed?' (Does this hat fit?) 'Deze tafel past hier perfect.' (This table fits perfectly here.)
Don't confuse with 'doorbrengen'
While passen sounds a bit like 'pass' in English, it doesn't mean 'to pass time'. For that, you would use 'doorbrengen'.
Listen for 'passen'
Pay attention to when native Dutch speakers use passen. You'll hear it often in shops and when discussing arrangements. 'De bank past net door de deur.' (The couch just fits through the door.)
Einprägen
Eselsbrücke
Think of 'pass' as in 'pass the test' if something fits correctly. If your clothes 'pass' the fit test, they 'passen'.
Visuelle Assoziation
Imagine trying on a pair of shoes. If they fit just right, picture a happy little shoe character giving a thumbs up and saying 'Past!'. If they're too big or too small, picture the shoe character looking sad and shaking its head.
Word Web
Herausforderung
Describe three items of clothing you own. For each, say whether it fits you or not, using 'passen' in a sentence. For example: 'Mijn jas past goed.' (My coat fits well.) or 'Deze hoed past niet.' (This hat does not fit.)
Im Alltag üben
Kontexte aus dem Alltag
Trying on clothes in a store.
- Past deze broek?
- Het past perfect!
- Het past me niet.
Checking if something fits in a space.
- Past de bank door de deur?
- Nee, het past niet.
- Het past precies.
Seeing if shoes are the correct size.
- Passen deze schoenen?
- Ze passen goed.
- Ze passen te strak.
Discussing if a key fits a lock.
- Past deze sleutel in het slot?
- Ja, hij past.
- Nee, hij past niet.
Making sure ingredients fit into a container.
- Past al het eten in deze doos?
- Dat past er wel in.
- Het is te vol, het past niet.
Gesprächseinstiege
"Wat is het grootste ding dat je ooit hebt geprobeerd te verplaatsen dat niet paste?"
"Heb je ooit een kledingstuk gekocht dat je dacht dat paste, maar thuis bleek het toch niet te passen?"
"Wat is een veelvoorkomende situatie waarin je vaak moet controleren of iets past?"
"Stel je voor dat je een nieuw meubelstuk koopt. Hoe controleer je of het in je huis past voordat je het koopt?"
"Heb je ooit een recept gevolgd waarbij alle ingrediënten precies in de pan pasten?"
Tagebuch-Impulse
Beschrijf een situatie waarin je iets moest 'passen' en het perfect paste. Wat was het en hoe voelde je je?
Denk aan een moment waarop iets 'niet paste'. Hoe heb je dat probleem opgelost?
Schrijf over een keer dat je kleding paste die je normaal niet zou dragen. Wat was de gelegenheid?
Overweeg een object in je huis dat maar net past. Waar staat het en waarom is het daar zo belangrijk?
Als je een toverstaf had, welk probleem met 'passen' zou je dan oplossen? (Bijvoorbeeld: mijn auto past altijd in elke parkeerplaats.)
Teste dich selbst 36 Fragen
Welk woord betekent 'to fit'?
'Passen' means 'to fit'.
De broek is te groot. Hij __ niet.
If the pants are too big, they don't 'past' (fit).
Welke zin is correct?
'Deze schoenen passen mij perfect' means 'These shoes fit me perfectly'.
Als iets 'past', dan is het de juiste maat.
That's right, if something 'past' (fits), it is the right size.
Je kunt 'passen' gebruiken om te zeggen dat je iets koopt.
No, 'passen' means 'to fit', not 'to buy'. 'Kopen' means 'to buy'.
De zin 'De jas past goed' betekent dat de jas te klein is.
No, 'De jas past goed' means 'The jacket fits well', implying it's the right size, not too small.
You are at a clothing store. Write a short sentence asking if a dress fits well. Use 'passen'.
Well written! Good try! Check the sample answer below.
Sample answer
Past de jurk goed?
Your new shoes are too small. Write a short sentence to say they don't fit. Use 'passen'.
Well written! Good try! Check the sample answer below.
Sample answer
De schoenen passen niet.
You bought a new cabinet, but it's too big for the room. Write a sentence saying it doesn't fit in the room. Use 'passen'.
Well written! Good try! Check the sample answer below.
Sample answer
De kast past niet in de kamer.
Waarom koopt de persoon de jas niet?
Read this passage:
Ik koop een nieuwe jas. De jas is mooi, maar hij past niet. Hij is te klein. Ik moet een grotere maat zoeken.
Waarom koopt de persoon de jas niet?
The passage says 'hij past niet', meaning it doesn't fit.
The passage says 'hij past niet', meaning it doesn't fit.
Hoe vindt de broer de spijkerbroek?
Read this passage:
Mijn broer heeft een nieuwe spijkerbroek gekocht. Hij zegt: 'Deze broek past perfect!' Hij is er blij mee.
Hoe vindt de broer de spijkerbroek?
The brother says 'Deze broek past perfect!', which means it fits perfectly.
The brother says 'Deze broek past perfect!', which means it fits perfectly.
Waarom moeten ze de tafel meten?
Read this passage:
We gaan een nieuwe tafel kopen. We moeten meten of hij in de woonkamer past. Anders is het zonde van het geld.
Waarom moeten ze de tafel meten?
The text says 'We moeten meten of hij in de woonkamer past', meaning they need to measure if it fits in the living room.
The text says 'We moeten meten of hij in de woonkamer past', meaning they need to measure if it fits in the living room.
Welk van de volgende items zal waarschijnlijk goed bij je passen?
Als schoenen in jouw maat zijn, zullen ze 'passen', wat betekent dat ze de juiste maat hebben.
De nieuwe bank zal perfect in de kamer ______.
Het werkwoord 'passen' wordt hier gebruikt om aan te geven dat de bank de juiste afmetingen heeft voor de kamer.
Je kunt de kleding niet kopen als het niet ______.
Als kleding niet 'past', betekent dit dat het niet de juiste maat of vorm voor je heeft.
Als een sleutel niet in het slot past, kun je de deur openen.
Als een sleutel niet in het slot past, betekent dit dat de sleutel niet de juiste vorm of maat heeft om het slot te openen.
Een jas die 'past' is comfortabel en niet te strak of te los.
Als een jas 'past', betekent dit dat het de juiste maat en vorm heeft voor de drager.
Een puzzelstukje 'past' als het de juiste kleur heeft.
Een puzzelstukje 'past' als het de juiste vorm heeft om in de lege ruimte te vallen, niet alleen de juiste kleur.
The sentence translates to 'Those shoes match perfectly with your new dress.' The verb 'passen' here means 'to match' or 'to go well with,' which is a common extended meaning.
This sentence means 'The new piece of furniture does not fit through the door.' 'Passen' in this context refers to physical fit.
The sentence translates to 'His ideas fit well within the company's policy.' Here, 'passen' is used metaphorically, meaning 'to be in accordance with' or 'to be suitable for.'
Welk van de volgende woorden past het beste bij de context van een kledingstuk dat niet goed zit?
'Passen' wordt gebruikt om aan te geven of de maat of vorm correct is. De andere opties beschrijven wel problemen met kleding, maar niet specifiek de maatvoering.
In welke zin is 'passen' correct gebruikt om aan te geven dat iets gepast is in een situatie?
Hoewel 'passen' vaak naar maat verwijst, kan het ook betrekking hebben op geschiktheid of gepastheid in een bepaalde context, zoals hier met een opmerking die niet bij de situatie past. De andere opties verwijzen naar fysieke maat of vorm.
Welke zin gebruikt 'passen' op een figuurlijke manier om compatibiliteit aan te duiden?
Hier wordt 'passen' gebruikt om aan te geven dat een visie compatibel is met die van het bedrijf, wat een figuurlijke toepassing is. De andere opties beschrijven fysiek passen.
De zin 'De oplossing past niet bij het probleem' impliceert dat de oplossing ongeschikt of irrelevant is voor het probleem.
Dit is correct. In deze context duidt 'past niet' op een gebrek aan geschiktheid of relevantie, niet op een fysieke maat.
Als twee personen 'bij elkaar passen', betekent dit letterlijk dat ze dezelfde maat kleding hebben.
Incorrect. Wanneer twee personen 'bij elkaar passen', betekent dit dat ze goed samengaan, bijvoorbeeld qua persoonlijkheid of interesses, niet qua kledingmaat.
In de context van een maaltijd kan 'passen' gebruikt worden om aan te geven dat een gerecht goed samengaat met een drankje.
Dit is correct. Men kan zeggen 'Deze wijn past goed bij de kaas', wat aangeeft dat ze complementair zijn van smaak.
This sentence means 'The new couch doesn't fit through the door.' The order follows a typical Dutch sentence structure.
This translates to 'These shoes perfectly match my outfit.' The word order emphasizes how well the shoes fit the outfit.
This means 'I hope the new parts fit into the mechanism.' The word 'passen' here refers to fitting together correctly.
/ 36 correct
Perfect score!
Summary
Remember 'passen' when you want to say something is the correct size or shape.
- This word is about things fitting.
- It's used for clothes, shoes, and other objects.
- Think 'does it fit?' in English.
Basic Meaning of 'passen'
The most common meaning of passen at an A2 level is 'to fit'. Think about clothes or shoes. Does it fit you?
'Passen' with Clothing
When you're trying on clothes, you can ask: 'Past deze broek?' (Does this pair of pants fit?) or 'De schoenen passen perfect.' (The shoes fit perfectly.)
Not Just Clothes
Passen isn't only for clothing. You can also use it for keys in a lock, or a piece of a puzzle. 'De sleutel past niet.' (The key doesn't fit.)
Using 'bij' with 'passen'
Often, passen is followed by 'bij' (with/to) to indicate what something fits with. 'De kleur past goed bij je.' (The color suits you well.)
Verwandte Inhalte
Im Kontext lernen
Dieses Wort in anderen Sprachen
Verwandte Redewendungen
Mehr daily_life Wörter
aandoen
B2To put on clothing or affect someone emotionally
aanpassen
B1To adjust or adapt to a situation.
aanreiken
B1To offer or hand over.
aanschaffen
B1To buy something
aanstaan
B1To be turned on or to please someone.
aanwezig
B1Present at a certain place.
aardig
A2kind or nice
achteraf
B2Afterwards or in retrospect
activiteit
B1A thing that you do for enjoyment or purpose
adres
A1Details of where someone lives.