A1 noun ニュートラル 2分で読める

winkel

/ˈʋɪŋ.kəl/

The word 'winkel' is the standard Dutch term for any retail shop or store.

winkel 30秒で

  • A place where goods are sold to customers for money.
  • A common 'de-word' used for both physical and online stores.
  • Essential for daily tasks like shopping or running errands.

Overzicht

Het woord 'winkel' is een essentieel zelfstandig naamwoord in het Nederlands, behorend tot het A1-niveau. Het duidt een commerciële ruimte aan waar goederen direct aan consumenten worden verkocht. Het is een 'de-woord' (de winkel) en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de betekenis van een 'hoek' van een straat waar handel werd gedreven. De winkel fungeert als de brug tussen de producent en de eindgebruiker. In Nederland is de structuur van winkels vaak geconcentreerd in stadscentra, wat zorgt voor levendige winkelstraten. Het woord is zo ingeburgerd dat het in talloze samenstellingen voorkomt, zoals speelgoedwinkel, boekenwinkel en kledingwinkel.

Gebruikspatronen

In het dagelijks taalgebruik wordt 'winkel' vaak gecombineerd met voorzetsels zoals 'naar' (ik ga naar de winkel) of 'in' (ik ben in de winkel). Het werkwoord 'winkelen' wordt specifiek gebruikt voor het recreatief bezoeken van winkels (shoppen), terwijl 'boodschappen doen' meer gericht is op noodzakelijke aankopen zoals voeding. Grammaticaal gezien is het meervoud 'winkels'. Het verkleinwoord 'winkeltje' wordt vaak affectief gebruikt voor kleine, gezellige speciaalzaken.

Veelvoorkomende Contexten: Je vindt winkels overal

in de 'winkelstraat' van een stad, in een 'winkelcentrum' (shopping mall), of als 'buurtwinkel' in een woonwijk. Met de opkomst van technologie is de 'webwinkel' of 'online winkel' een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse economie geworden. Een specifiek Nederlands fenomeen is de 'koopavond', een vaste avond in de week waarop de winkels langer open blijven.

Vergelijking met vergelijkbare woorden

Hoewel 'winkel' de algemene term is, zijn er nuances. Een 'zaak' klinkt soms iets zakelijker (bijvoorbeeld een 'kledingzaak'). Een 'warenhuis' is een zeer grote winkel met diverse afdelingen. Een 'toko' is informeel voor een winkel of bedrijf. Vergeleken met een 'markt' is een winkel een permanent gebouw, terwijl een markt uit tijdelijke kramen bestaat. Een 'showroom' is een plek om te kijken, terwijl je in een winkel direct koopt.

例文

1

Ik moet even naar de winkel.

everyday

I need to go to the shop for a moment.

2

De openingstijden van de winkel zijn gewijzigd.

formal

The opening hours of the store have changed.

3

Wat een schattig winkeltje!

informal

What a cute little shop!

4

De invloed van e-commerce op de fysieke winkel is groot.

academic

The influence of e-commerce on the physical store is significant.

よく使う組み合わせ

naar de winkel gaan to go to the shop
een winkel openen to open a shop
in de winkel werken to work in the shop

よく使うフレーズ

winkel in, winkel uit

going from one shop to another

de winkel om de hoek

the shop around the corner

よく混同される語

winkel vs magazijn

A 'magazijn' is a warehouse for storage, while a 'winkel' is for selling to customers.

winkel vs kraam

A 'kraam' is a temporary market stall, whereas a 'winkel' is usually a permanent building.

文法パターン

de winkel (singular) de winkels (plural) het winkeltje (diminutive)

使い方

The word 'winkel' is neutral and can be used in any situation. In formal business contexts, 'detailhandelsvestiging' might be used, but 'winkel' is never incorrect. It is the most natural word for any retail establishment.

よくある間違い

English speakers sometimes use 'het' instead of 'de' because they associate shops with neuter concepts, but 'winkel' is always masculine/feminine (de). Another mistake is using 'winkelen' when they specifically mean buying groceries, for which 'boodschappen doen' is preferred.

ヒント

💡

Use the diminutive for cozy vibes

Use 'winkeltje' when describing small, charming, or boutique shops to sound more like a native speaker.

⚠️

Don't confuse with warehouse

A 'winkel' is for retail customers. A 'magazijn' is a warehouse used for storage and is not open to the public.

🌍

Mind the shopping evening

Most Dutch towns have a 'koopavond' once a week where shops stay open until 9:00 PM.

語源

Derived from Middle Dutch, originally meaning 'corner' or 'angle', referring to the fact that many early shops were located on street corners.

文化的な背景

The Dutch 'winkelstraat' is the social heart of most towns. 'Koopzondag' (shopping Sunday) is also a relevant term, as Sunday opening hours vary by municipality.

覚え方のコツ

Think of the 'W' in 'Winkel' as a 'Window' where you look at products before buying them.

よくある質問

4 問

Het is een de-woord. Je zegt dus 'de winkel' en 'die winkel'.

Winkelen doe je vaak voor je plezier (zoals kleding), terwijl boodschappen doen voor dagelijkse behoeften zoals eten is.

Dat noem je meestal een 'webwinkel' of simpelweg een 'webshop'.

Het meervoud is 'winkels'. Je voegt simpelweg een -s toe aan het einde.

自分をテスト

fill blank

Ik ga naar de ___ om een nieuw boek te kopen.

正解! おしい! 正解: winkel

In deze zin hebben we het enkelvoudige zelfstandig naamwoord nodig na het lidwoord 'de'.

multiple choice

Er zijn veel leuke ___ in deze straat.

正解! おしい! 正解: winkels

Het standaard meervoud van winkel is 'winkels'.

sentence building

is - De - erg - winkel - groot.

正解! おしい! 正解: De winkel is erg groot.

De standaard zinsbouw is Onderwerp (De winkel) + Persoonsvorm (is) + Adjectief (erg groot).

スコア: /3

役に立った?
まだコメントがありません。最初に考えをシェアしましょう!