A1 verb Neutral 2 Min. Lesezeit

drinken

/ˈdrɪŋkə(n)/

Drinken is the essential Dutch verb for hydration and social liquid consumption, following a strong conjugation pattern.

Wort in 30 Sekunden

  • Core Dutch verb for consuming any liquid.
  • Irregular verb: changes from 'drink' to 'dronk' in past tense.
  • Can imply social drinking or alcohol consumption in certain contexts.

Overzicht

Het werkwoord 'drinken' is een van de meest fundamentele woorden in de Nederlandse taal. Het beschrijft de actie van het consumeren van vloeistoffen. Grammaticaal gezien is het een sterk werkwoord, wat betekent dat de klinker verandert in de verleden tijd (drinken - dronk - gedronken). 2) Gebruikspatronen: In de meest simpele vorm wordt het gebruikt als een overdrachtelijk werkwoord: 'Ik drink water'. Echter, het kan ook intransitief gebruikt worden, waarbij het vaak impliceert dat men alcohol nuttigt, zoals in de zin 'Hij drinkt te veel'. Wanneer je iemand uitnodigt om 'iets te gaan drinken', bedoel je meestal een sociale activiteit in een café of restaurant, ongeacht of de drankjes alcoholisch zijn of niet. 3) Veelvoorkomende Contexten: De context varieert van biologische noodzaak (water drinken tegen de dorst) tot sociale rituelen (koffie drinken met collega's of een biertje drinken in het weekend). In de medische wereld spreekt men vaak over 'voldoende vocht drinken'. 4) Vergelijking met soortgelijke woorden: 'Drinken' is de algemene term. 'Nippen' wordt gebruikt voor het drinken van kleine hoeveelheden tegelijk, vaak bij hete dranken of sterke drank. 'Slurpen' is een informele en vaak negatieve term voor luidruchtig drinken. 'Zuipen' is een erg informele, bijna platte term die specifiek verwijst naar het overmatig drinken van alcohol. In formele situaties zoals een diner kan men ook het woord 'nuttigen' gebruiken, hoewel dat zowel voor eten als drinken geldt.

Beispiele

1

Ik drink elke dag twee liter water.

everyday

I drink two liters of water every day.

2

Wilt u iets te drinken bestellen bij het diner?

formal

Would you like to order something to drink with dinner?

3

Zullen we vanavond een biertje gaan drinken?

informal

Shall we go grab a beer tonight?

4

Het proefdier weigerde water te drinken na de toediening.

academic

The test animal refused to drink water after administration.

Häufige Kollokationen

Water drinken To drink water
Iets gaan drinken To go for a drink (socially)
Te veel drinken To drink too much (usually alcohol)

Häufige Phrasen

Koffie drinken

To have coffee (socially)

Een glaasje drinken

To have a small glass (of alcohol)

Zich zat drinken

To drink oneself into a stupor

Wird oft verwechselt mit

drinken vs de drank

'Drinken' is the verb (to drink), while 'de drank' is the noun (the beverage/liquor).

drinken vs dronken

'Dronken' can be the plural past tense or the past participle, but it is also the adjective for 'drunk'.

Grammatikmuster

[Onderwerp] drinkt [Lijdend voorwerp] [Onderwerp] heeft [Lijdend voorwerp] gedronken [Onderwerp] gaat iets drinken

How to Use It

Nutzungshinweise

The verb 'drinken' is neutral and can be used in any setting. In a social context, 'iets drinken' almost always refers to a social gathering. When used without an object in a sentence like 'hij drinkt', it often carries a negative connotation regarding alcohol abuse.


Häufige Fehler

English speakers often try to conjugate it as a weak verb (e.g., 'ik heb gedrinkt'), which is incorrect. Another mistake is forgetting to drop the 't' in the second person singular question form: 'Drink jij?' instead of 'Drinkt jij?'

Tips

💡

Master the strong verb vowel shift

Remember the i-o-o pattern: drinken, dronk, gedronken. This is common for many Dutch verbs ending in -inken.

⚠️

Be careful with the word 'zuipen'

While 'drinken' is neutral, 'zuipen' is very informal and often describes binge drinking or drinking like an animal.

🌍

Social invitations involve 'koffie drinken'

In the Netherlands, 'koffie drinken' is a standard way to invite someone for a chat, even if they end up drinking tea.

Wortherkunft

Derived from the Proto-Germanic word *drinkaną. It shares the same roots as the English 'drink' and German 'trinken'.

Kultureller Kontext

The Dutch have a strong 'borrel' culture, which involves 'drinken' (usually beer or wine) accompanied by snacks like bitterballen, typically late in the afternoon.

Merkhilfe

It is nearly identical to the English 'drink'. Just remember that the Dutch infinitive adds '-en' and the past tense vowel shift is 'i' to 'o'.

Häufig gestellte Fragen

4 Fragen

De vervoeging is: ik drink, jij drinkt, hij/zij/het drinkt, wij/jullie/zij drinken.

'Drinken' is de handeling zelf, terwijl 'opdrinken' benadrukt dat het glas of de fles helemaal leeg wordt gemaakt.

Niet noodzakelijkerwijs, maar zonder lijdend voorwerp (zoals water) suggereert het in een specifieke context vaak wel alcoholgebruik.

De onvoltooid verleden tijd is 'dronk' (enkelvoud) of 'dronken' (meervoud). Het voltooid deelwoord is 'gedronken'.

Teste dich selbst

fill blank

___ jij elke ochtend thee?

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Drink

When 'jij' follows the verb in a question, the 't' suffix is dropped: 'Drink jij?'

multiple choice

Ik heb gisteren drie glazen water ___.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: gedronken

'Drinken' is a strong verb, so the past participle is 'gedronken'.

sentence building

wil / een / glas / ik / drinken / water

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Ik wil een glas water drinken

In Dutch, the infinitive 'drinken' goes to the end of the sentence when used with a modal verb like 'wil'.

Ergebnis: /3

War das hilfreich?
Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der seine Gedanken teilt!