A2 verb

noemen

When you're learning Dutch, you'll often encounter the verb 'noemen.' This word is super practical and has a couple of main uses. First, you use it when you want to name something or someone. For instance, you might say 'Ik noem mijn kat Luna' (I call my cat Luna). Second, you use it when you want to mention something or someone, or refer to them. For example, 'Hij noemde zijn favoriete boeken' (He mentioned his favorite books). Understanding 'noemen' at an A2 level means you can start talking about names and referring to things in simple sentences.

When you want to express naming something or someone, or to mention something, you use the verb noemen. It's a regular verb, so its conjugations follow a predictable pattern. For example, you can say 'Ik noem mijn kat Luna' (I call my cat Luna) or 'Kun je een paar Nederlandse steden noemen?' (Can you name a few Dutch cities?).

It's important to remember that 'noemen' is also used when referring to something being called a certain way, like 'Dit gebouw wordt een museum genoemd' (This building is called a museum). Pay attention to the context to understand if it means to actively name or to be referred to by a name.

Wusstest du?

The English word 'name' and the Dutch 'naam' (noun for name) share the same Germanic root as 'noemen'.

Wortherkunft

Old Dutch 'nomen'

Ursprüngliche Bedeutung: to name, call

Germanic

Kultureller Kontext

In Dutch, 'noemen' is a very common verb. You'll hear it often in daily conversation, whether people are introducing someone new or just talking about things. It's a fundamental word for describing and identifying. For example, 'Hoe noem je dat?' means 'What do you call that?' and 'Ik noem hem Jan' means 'I call him Jan' or 'His name is Jan'.

Teste dich selbst 12 Fragen

writing A2

Write a sentence using 'noemen' to say 'My parents call me Anne.'

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Sample answer

Mijn ouders noemen me Anne.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort:
writing A2

Write a sentence saying 'Can you name three cities in the Netherlands?'

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Sample answer

Kun je drie steden in Nederland noemen?

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort:
writing A2

Write a short sentence saying 'They named their dog Max.'

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Sample answer

Ze noemden hun hond Max.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort:
reading A2

Wat willen de broer en zus doen met de kat?

Read this passage:

Mijn broer en ik houden van dieren. We hebben een kat thuis. Mijn broer wil de kat 'Felix' noemen, maar ik wil haar 'Luna' noemen. Het is moeilijk om een naam te kiezen!

Wat willen de broer en zus doen met de kat?

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Ze willen de kat een naam geven.

De passage zegt 'Mijn broer wil de kat 'Felix' noemen, maar ik wil haar 'Luna' noemen,' wat betekent dat ze de kat een naam willen geven.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Ze willen de kat een naam geven.

De passage zegt 'Mijn broer wil de kat 'Felix' noemen, maar ik wil haar 'Luna' noemen,' wat betekent dat ze de kat een naam willen geven.

reading A2

Wat vroeg de leraar aan Jan?

Read this passage:

De leraar vroeg: 'Wie kan twee Nederlandse steden noemen?' Jan zei 'Amsterdam en Utrecht'. De leraar was blij met zijn antwoord.

Wat vroeg de leraar aan Jan?

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Of Jan twee Nederlandse steden kan noemen.

De leraar vroeg direct: 'Wie kan twee Nederlandse steden noemen?'

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Of Jan twee Nederlandse steden kan noemen.

De leraar vroeg direct: 'Wie kan twee Nederlandse steden noemen?'

reading A2

Wat noemde oma vaak in haar verhalen?

Read this passage:

Mijn oma vertelde altijd verhalen over vroeger. Ze noemde vaak de namen van oude straten en pleinen in haar stad. Ik vond dat altijd interessant.

Wat noemde oma vaak in haar verhalen?

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: De namen van straten en pleinen.

De passage zegt: 'Ze noemde vaak de namen van oude straten en pleinen in haar stad.'

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: De namen van straten en pleinen.

De passage zegt: 'Ze noemde vaak de namen van oude straten en pleinen in haar stad.'

fill blank C1

De getuige weigerde de naam van de verdachte te ___ uit angst voor represailles.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

In deze context betekent 'noemen' het expliciet vermelden of benoemen van iets of iemand.

fill blank C1

Zij kon geen enkele geldige reden ___ waarom zij haar afspraak had afgezegd.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

Hier betekent 'noemen' het opgeven of aandragen van redenen.

fill blank C1

De auteur weigerde zijn inspiratiebronnen te ___ en hield het liever geheim.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

In deze zin betekent 'noemen' het openbaar maken of vermelden van informatie.

fill blank C1

De journalist durfde de controversiële feiten in zijn artikel niet bij naam te ___.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

Hier verwijst 'bij naam noemen' naar het specifiek benoemen van de feiten.

fill blank C1

Het is onmogelijk om alle voordelen van dit project op te ___ in één korte presentatie.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

In deze context betekent 'opnoemen' het opsommen of een lijst maken van voordelen.

fill blank C1

Hij wilde de exacte locatie van de schat niet ___ uit vrees voor concurrentie.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: noemen

Hier betekent 'noemen' het onthullen of bekendmaken van de locatie.

/ 12 correct

Perfect score!

War das hilfreich?
Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der seine Gedanken teilt!