varen
When you want to talk about moving around on water in Dutch, you use the verb varen.
It's similar to saying 'to sail' or 'to boat' in English.
You can use it for small boats or large ships.
For example, if you are going on a boat trip, you are varen.
When you want to talk about traveling by boat or ship in Dutch, the verb you'll use is varen. It's a common verb and very useful if you're ever in a country with canals or a coastline!
Think of it like the English 'to sail' or 'to boat'. You can varen on a canal, a river, or even the open sea. It's an important word to add to your vocabulary as you learn Dutch at an A2 level.
When you're discussing travel on water in Dutch, varen is the go-to verb. It specifically refers to moving in a boat or ship, whether it's a small rowboat or a large ocean liner. You wouldn't use it for air travel or land travel, only for journeys by water.
It's quite versatile; you can say you vaart over de rivier (sail on the river) or vaart naar een eiland (sail to an island). Keep in mind that while it often implies sailing, it can also be used for any form of boat travel, including motorboats. The key is the mode of transport: by water vessel.
راهنمای تلفظ
- Making the 'a' sound too long or too short, it's a relatively open 'a' sound similar to the 'a' in 'father' but shorter.
مثالها بر اساس سطح
Ik hou van varen op de grachten van Amsterdam.
I love to travel by boat on the canals of Amsterdam.
Zij gaan volgend weekend varen op het meer.
They are going boating on the lake next weekend.
Kunnen we hier een boot huren om te varen?
Can we rent a boat here to go sailing?
Het schip vaart snel over de zee.
The ship sails fast over the sea.
Wij varen vaak in de zomer.
We often go boating in the summer.
De kapitein weet hoe hij moet varen.
The captain knows how to navigate the ship.
Wil je met ons meevaren?
Do you want to come boating with us?
Varen is een leuke activiteit voor de vakantie.
Boating is a fun activity for the holiday.
Wij gaan morgen op de rivier varen.
We are going to travel on the river tomorrow. (op de rivier = on the river)
The verb 'varen' is separable here with 'op'.
Zij varen elke zomer naar de Waddeneilanden.
They sail to the Wadden Islands every summer. (elke zomer = every summer)
De kapitein vaart al twintig jaar op dit schip.
The captain has been sailing on this ship for twenty years. (al twintig jaar = for twenty years)
Kunnen we met dit kleine bootje veilig varen?
Can we safely travel with this small boat? (veilig = safely)
Ik heb geleerd hoe ik een zeilboot moet varen.
I have learned how to sail a sailboat. (hoe ik moet = how I should)
Waar kunnen we het beste varen met kinderen?
Where can we best sail with children? (het beste = the best)
Hij vaart liever op de grachten dan op open zee.
He prefers to sail on the canals rather than on the open sea. (liever ... dan = rather ... than)
Na een lange dag varen waren we moe maar voldaan.
After a long day of sailing, we were tired but satisfied. (na een lange dag = after a long day)
Here 'varen' is used as a noun, 'het varen'.
Na een lange werkweek is varen op de grachten van Amsterdam de perfecte manier om te ontspannen en de stad vanuit een ander perspectief te zien.
After a long workweek, boating on the Amsterdam canals is the perfect way to relax and see the city from a different perspective.
Here, 'varen' is used as a gerund, acting as the subject of the sentence.
De oude zeeman vertelde graag verhalen over zijn reizen over de wereldzeeën, waar hij maandenlang moest varen zonder land in zicht.
The old sailor loved to tell stories about his voyages across the world's oceans, where he had to sail for months without land in sight.
'Moest varen' (had to sail) indicates a past obligation.
Als het stormt op zee, wordt het sterk afgeraden om uit te varen, zelfs voor ervaren kapiteins, vanwege de gevaren van hoge golven en harde wind.
When it's stormy at sea, it's strongly advised not to sail out, even for experienced captains, due to the dangers of high waves and strong winds.
'Uitvaart' (to sail out) is a separable verb.
De kinderen waren dolblij toen ze voor het eerst met hun opa in een klein roeibootje mochten varen op de rustige vijver in het park.
The children were overjoyed when they were allowed to boat with their grandfather in a small rowboat on the quiet pond in the park for the first time.
'Mochten varen' (were allowed to boat) indicates permission in the past.
Hoewel ze al jaren in Nederland woont, heeft ze nog nooit gevaren op de Waddenzee, iets wat ze nu hoog op haar lijstje heeft staan.
Although she has lived in the Netherlands for years, she has never sailed on the Wadden Sea, something she now has high on her list.
'Heeft gevaren' is the present perfect tense.
Het was een prachtige zomerdag om te varen op de rivier, met overal bloeiende waterlelies en fluitende vogels langs de oever.
It was a beautiful summer day for boating on the river, with blooming water lilies everywhere and singing birds along the bank.
'Om te varen' (to boat) uses the infinitive construction with 'om'.
De kapitein besloot de haven vroeg in de ochtend te verlaten om te varen naar de volgende bestemming, hopend op een rustige overtocht.
The captain decided to leave the harbor early in the morning to sail to the next destination, hoping for a calm crossing.
'Te varen' (to sail) uses the infinitive construction.
Met de opkomst van duurzame energie overwegen steeds meer rederijen om te varen op waterstof, wat een aanzienlijke reductie van CO2-uitstoot zou betekenen.
With the rise of sustainable energy, more and more shipping companies are considering sailing on hydrogen, which would mean a significant reduction in CO2 emissions.
'Om te varen' (to sail) uses the infinitive construction with 'om' to indicate purpose.
اغلب اشتباه گرفته میشود با
For land vehicles, not boats.
General term for travel, 'varen' is specific to boats.
Specific to sailing with a sailboat, 'varen' is broader boat travel.
اصطلاحات و عبارات
"De koe bij de horens vatten"
To take the bull by the horns; to tackle a problem directly and bravely.
In plaats van eromheen te draaien, besloot ze de koe bij de horens te vatten en het probleem direct aan te pakken.
neutral"Appels met peren vergelijken"
To compare apples and oranges; to compare two things that are fundamentally different and cannot be meaningfully contrasted.
Je kunt geen appels met peren vergelijken; die twee producten hebben totaal verschillende eigenschappen.
neutral"Ergens met de pet naar gooien"
To do something half-heartedly; to make a minimal effort.
Hij had geen zin in de klus en gooide er met de pet naar, met een slecht resultaat als gevolg.
informal"Met de gebakken peren zitten"
To be left in a difficult or unpleasant situation, often as a result of someone else's actions.
Nadat zijn collega ontslag nam, zat hij met de gebakken peren en moest hij al het werk alleen doen.
informal"Het neusje van de zalm"
The best of the best; the cream of the crop.
Dit restaurant serveert het neusje van de zalm op het gebied van zeevruchten.
neutral"Boter bij de vis doen"
To pay immediately; to pay cash upon delivery.
Voor die dure aankoop moet je wel boter bij de vis doen, anders krijg je het niet mee.
neutral"Een vogel in de hand is beter dan tien in de lucht"
A bird in the hand is worth two in the bush; it's better to hold onto something you already have than to risk it for something that might be better but is uncertain.
Ik heb liever een zekere kleine winst dan een onzekere grote; een vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.
neutral"Ergens geen kaas van gegeten hebben"
To not know anything about something; to be completely unfamiliar with a topic.
Ik heb echt geen kaas gegeten van informatica, dus ik kan je daar niet mee helpen.
informal"Met de mond vol tanden staan"
To be speechless; to not know what to say.
Toen ze hem confronteerde met de feiten, stond hij met de mond vol tanden.
neutral"Oost West, Thuis Best"
East or West, home is best; there's no place like home.
Na een lange reis dacht hij: Oost West, Thuis Best.
neutralبهراحتی اشتباه گرفته میشود
Often confused with 'rijden' (to drive) or 'reizen' (to travel), but specifically means to travel by boat.
'Varen' is exclusively for water travel. 'Rijden' is for land vehicles. 'Reizen' is a general term for traveling by any means.
We gaan volgende week varen op de grachten. (We are going to boat on the canals next week.)
Similar to 'varen', but specifically refers to sailing with a sailboat. Both involve water travel.
'Varen' is a broader term for any boat travel (motorboat, ferry, sailboat). 'Zeilen' specifically means to use sails.
In de zomer zeilen we vaak op het IJsselmeer. (In the summer, we often sail on the IJsselmeer.)
Students sometimes incorrectly use 'rijden' when they mean 'varen', especially if they are thinking of 'riding' a boat.
'Rijden' is for land-based vehicles (cars, bicycles, trains). 'Varen' is for water-based vehicles.
Ik rij elke dag met de auto naar mijn werk. (I drive to work by car every day.)
This is a general verb for 'to travel' and can sometimes be used where 'varen' would be more specific.
'Reizen' is a catch-all for any form of travel. 'Varen' specifies travel by boat.
We houden ervan om te reizen en nieuwe plekken te ontdekken. (We love to travel and discover new places.)
Phonetically similar to 'zwemmen' (to swim) but has a very different meaning related to appearance.
'Zwemen' means to resemble or to have a hint of something. 'Varen' is about boat travel.
Zijn stem zwemt van geluk. (His voice hints at happiness.)
سوالات متداول
10 سوال'Varen' is the general term for traveling by boat or ship, whether it's a small rowboat or a large ferry. Think of it as the equivalent of 'to boat' or 'to travel by water.' 'Zeilen' specifically means 'to sail,' using wind power with sails. So, all 'zeilen' is 'varen,' but not all 'varen' is 'zeilen.' You can 'varen' with a motorboat, but you can't 'zeilen' with one.
Yes, absolutely! Whether you're going on a long journey across the ocean or just a short ride on a canal boat, 'varen' is the correct verb. It covers all forms of water travel in a vessel.
It's a strong verb, so it has some vowel changes. Here's the present tense:
Ik vaar (I boat)
Jij vaart (You boat - informal singular)
Hij/zij/het vaart (He/she/it boats)
Wij varen (We boat)
Jullie varen (You boat - plural)
Zij varen (They boat)
For the simple past (onvoltooid verleden tijd), it's 'voer.'
Ik voer (I boated)
Jij voer (You boated)
Hij/zij/het voer (He/she/it boated)
Wij voeren (We boated)
Jullie voeren (You boated)
Zij voeren (They boated)
For the present perfect (voltooid tegenwoordige tijd), you'd use 'hebben' + 'gevaren':
Ik heb gevaren (I have boated)
Yes, a very common one is 'wel varen.' This literally means 'to fare well' or 'to thrive.' You might hear it in phrases like 'Laat het u wel varen,' which is an old-fashioned way of saying 'May it go well for you.' Another one is 'varen op' (to rely on, to navigate by), as in 'varen op de sterren' (to navigate by the stars).
Not really in the same way English 'to sail' can be used figuratively (e.g., 'to sail through life'). In Dutch, 'varen' is quite literally about moving by water in a vessel. The closest you get to a figurative use is 'wel varen' as mentioned before, which implies doing well or succeeding, but it's still rooted in the idea of a smooth journey.
The imperative (command form) is simply the stem of the verb, which is 'vaar.' So, if you want to tell someone to boat, you'd say 'Vaar!' (Boat!) or 'Vaar voorzichtig!' (Boat carefully!).
It's typically intransitive. This means it doesn't take a direct object. You 'varen,' you don't 'varen something.' You might 'varen op een boot' (boat on a boat) or 'varen over de rivier' (boat over the river), but the boat or river isn't the direct object of the verb.
The most common noun is 'vaart' (A2), which means 'speed' or 'journey/trip.' For example, 'De boot maakt goede vaart' (The boat is making good speed). You also have 'scheepvaart' (shipping/navigation) and 'vaartuig' (vessel/craft), but 'vaart' is the direct noun from the verb.
Yes, you still use 'varen.' You would say 'met de veerboot varen' (to travel by ferry) or 'met een rondvaartboot varen' (to travel by tour boat). 'Varen' is the overarching action of moving on water in a vessel.
خودت رو بسنج 30 سوال
Welk woord betekent 'to travel by boat'?
'Varen' betekent reizen met een boot. 'Rijden' is met een auto, 'lopen' is te voet, en 'vliegen' is met een vliegtuig.
Kies de juiste zin: Wij ___ op de rivier.
Als je op de rivier bent met een boot, dan 'vaar' je.
Wat doet een kapitein op een schip?
Een kapitein bestuurt het schip, dus hij 'vaart'.
Je kunt 'varen' op een fiets.
Nee, je 'fietst' op een fiets. 'Varen' is voor boten en schepen.
Wij gaan zaterdag 'varen' op het meer. Dit betekent dat we met een boot gaan.
Ja, 'varen' op het meer betekent dat je met een boot het meer op gaat.
De auto 'vaart' over de weg.
Nee, een auto 'rijdt' over de weg. 'Varen' is voor watervervoer.
This sentence means 'I want to sail.' It follows the basic Dutch sentence structure: subject (Ik), verb (wil), and then the infinitive verb (varen).
This means 'We are going to sail tomorrow.' In Dutch, time adverbs like 'morgen' (tomorrow) often come before the main verb at the end of the sentence.
This sentence means 'The boat sails fast.' 'Vaart' is the conjugated form of 'varen' for 'de boot' (the boat). The adverb 'snel' (fast) comes after the verb.
Morgen gaan we de grachten van Amsterdam ____.
The sentence talks about canals in Amsterdam, which implies traveling by boat. 'Varen' means to travel by boat or ship.
We ____ de hele dag over het IJsselmeer.
The IJsselmeer is a large lake in the Netherlands, so traveling across it implies using a boat. 'Varen' is the correct verb for this.
De kapitein heeft jarenlang op grote schepen ____.
A captain (kapitein) works on ships, so the past tense of 'varen' (to travel by ship) is appropriate here. 'Gevaren' is the past participle of 'varen'.
Het is prachtig weer om een stukje te ____ op de rivier.
The context is a river, and 'varen' (to travel by boat) is the suitable activity for good weather on a river.
Zou je liever naar een eiland ____ of vliegen?
To get to an island, you would typically travel by boat or fly. 'Varen' specifically refers to traveling by boat.
De toeristen vinden het heerlijk om door de haven te ____.
Tourists often take boat tours through harbors. 'Varen' (to travel by boat) fits this context perfectly.
Welke van de volgende zinnen gebruikt 'varen' correct in de context van een reis over water?
'Varen' betekent reizen per schip of boot. De andere opties gebruiken 'varen' onjuist.
Kies de zin waarin 'varen' in een figuurlijke betekenis wordt gebruikt.
In deze zin wordt 'varen' figuurlijk gebruikt om een levensloop of ontwikkeling aan te duiden, niet letterlijk het reizen per boot.
Welke van de volgende zinnen is grammatical onjuist met betrekking tot 'varen'?
'Varen' heeft betrekking op reizen over water. Je kunt niet 'varen' met een fiets.
De zin 'Het bedrijf vaart goed' betekent dat het bedrijf succesvol is en goed presteert.
Dit is een veelvoorkomende figuurlijke uitdrukking in het Nederlands. 'Goed varen' betekent goed gaan of succesvol zijn.
Wanneer je zegt 'Ik vaar naar huis', bedoel je altijd dat je met een boot naar huis gaat, zonder uitzonderingen.
Hoewel 'varen' primair reizen per boot betekent, kan het in sommige contexten ook figuurlijk gebruikt worden. Echter, in de meest directe betekenis, ja, het impliceert een boot. Maar het is geen absolute 'altijd' zonder uitzonderingen, bijvoorbeeld in een fictieve of poëtische context.
De uitdrukking 'tegen de stroom in varen' betekent dat je een geaccepteerde mening of handelswijze volgt.
'Tegen de stroom in varen' betekent juist dat je tegen de heersende mening of trend ingaat, wat vaak moeilijk is.
De ontdekkingsreiziger besloot de oceaan te ___ met zijn zelfgebouwde vlot.
Het contextuele werkwoord 'varen' past het beste bij het oversteken van de oceaan met een vlot.
Na jaren van voorbereiding was de kapitein eindelijk klaar om zijn droomreis te ___, de wereld rond.
In de context van een kapitein en een droomreis rond de wereld, is 'varen' het meest geschikte werkwoord.
Het was een woeste storm, en de kleine vissersboot had moeite om door de hoge golven te ___.
Een vissersboot 'vaart' door golven, zelfs in een storm.
Zij droomde ervan om ooit de Nijl af te ___ in een traditionele feloek.
De Nijl afgaan in een feloek (een boot) impliceert 'varen'.
Om de afgelegen eilanden te bereiken, moesten we enkele uren over open zee ___.
Over open zee naar eilanden reizen doe je per boot, dus 'varen'.
De oude zeeman vertelde verhalen over hoe hij de zeven zeeën had ___ op zoek naar avontuur.
Een zeeman 'vaart' over de zeeën; 'gevaren' is de voltooid tegenwoordige tijd van 'varen'.
/ 30 درست
نمره کامل!
محتوای مرتبط
عبارات مرتبط
واژههای بیشتر travel
aankomen
B1To arrive or to gain weight.
aankomst
B1The act of arriving
auto
A1Car
bestemming
B1The place to which someone or something is going.
bezoeken
A2To go to see a person or place.
boot
A1A small vessel for water travel
buitenland
B1Foreign countries.
buitenlands
B1Belonging to a foreign country.
bus
A1Bus
centrum
A2The middle part or city center.