Het woord 'monopolie' is een moeilijk woord voor beginners, maar je kent het misschien van een spelletje. Denk aan het bordspel Monopoly. In dat spel wil je alle straten hebben. Als jij alle straten hebt, heb je een 'monopolie'. Andere mensen moeten jou dan veel geld betalen. In de echte wereld is een monopolie als één winkel of één bedrijf alles verkoopt en er geen andere winkels zijn. Dat is vaak niet fijn voor de mensen, want de prijs wordt dan heel hoog. Je hoeft dit woord op A1-niveau nog niet zelf te gebruiken, maar het is handig om te weten dat het over 'alleenrecht' of 'de enige zijn' gaat. In Nederland houden mensen erg van het spel Monopoly, dus je zult de naam vaak horen bij vrienden of familie.
Op A2-niveau begin je meer te leren over de wereld om je heen. Een monopolie is een situatie waarin één bedrijf de baas is op een markt. Stel je voor dat er maar één bedrijf is dat treinkaartjes verkoopt. Dat noemen we een monopolie. In Nederland was de NS (Nederlandse Spoorwegen) lange tijd een voorbeeld van een staatsmonopolie. Het is belangrijk om te weten dat we 'het monopolie' zeggen. Je kunt zinnen maken zoals: 'Dat bedrijf heeft een monopolie op water.' Je ziet het woord ook vaak in het nieuws als het gaat over grote bedrijven zoals Google. Het betekent simpelweg dat er geen concurrentie is. Als er geen concurrentie is, kan een bedrijf doen wat het wil, en dat vinden veel mensen een probleem.
Voor een B1-spreker is 'monopolie' een nuttig woord om economische en maatschappelijke situaties te beschrijven. Je begrijpt nu dat een monopolie invloed heeft op de prijs en de kwaliteit van producten. In een vrije markt is concurrentie normaal, maar bij een monopolie ontbreekt die. Je kunt dit woord nu ook figuurlijk gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Hij heeft geen monopolie op de waarheid.' Dit betekent dat hij niet de enige is die gelijk heeft. Je leert ook verwante woorden zoals 'monopolist' (het bedrijf zelf) en 'monopoliseren' (het proces van de macht grijpen). Het is een formeel woord dat je vooral in kranten en tijdens het journaal zult horen. Let goed op de uitspraak: de klemtoon ligt op de laatste 'ie'.
Op B2-niveau wordt van je verwacht dat je 'monopolie' kunt gebruiken in discussies over economie, politiek en recht. Je kunt praten over de voor- en nadelen van monopolies. Soms is een monopolie nuttig, zoals een 'natuurlijk monopolie' bij de aanleg van elektriciteitsnetten; het zou immers heel duur zijn als drie bedrijven overal kabels zouden leggen. Je kunt nu ook complexere termen gebruiken zoals 'staatsmonopolie', 'feitelijk monopolie' en 'monopoliepositie'. Je begrijpt dat de overheid vaak wetten heeft om monopolies te beperken (antitrustwetgeving). In een zakelijke context kun je zinnen gebruiken als: 'Door de overname heeft de firma een monopoliepositie verworven.' Je bent je bewust van de negatieve connotatie die het woord vaak heeft in een kapitalistische samenleving.
Als C1-gebruiker begrijp je de diepe implicaties van een monopolie voor de marktwerking en de democratie. Je kunt nuances aanbrengen in het debat: gaat het om een wettelijk monopolie, een natuurlijk monopolie of een technologisch monopolie? Je kunt de rol van toezichthouders zoals de ACM (Autoriteit Consument & Markt) bespreken en uitleggen hoe zij 'misbruik van een machtspositie' bestrijden. Je gebruikt het woord moeiteloos in abstracte zinnen en begrijpt historische verwijzingen, zoals het handelsmonopolie van de VOC. Ook de filosofische kant, zoals het 'geweldsmonopolie' van de staat (het principe dat alleen de overheid geweld mag gebruiken), is je bekend. Je woordenschat is rijk genoeg om alternatieven zoals 'alleenrecht' of 'hegemonie' te gebruiken wanneer dat passender is.
Op C2-niveau is 'monopolie' een instrument in je taalarsenaal dat je met uiterste precisie inzet. Je doorgrondt de complexe economische modellen achter monopolies, zoals prijsdiscriminatie en dodevliesverlies (deadweight loss). Je kunt deelnemen aan hoogwaardige academische of juridische debatten over de vraag of intellectueel eigendomsrecht (patenten) een noodzakelijk tijdelijk monopolie creëert om innovatie te stimuleren. Je herkent subtiele retorische trucs waarbij het woord wordt gebruikt om een tegenstander als autoritair weg te zetten. Jouw begrip van het woord strekt zich uit van de micro-economie tot de politieke filosofie van Weber. Je kunt complexe teksten over mededingingsrecht analyseren en zelf rapporten schrijven waarin de effecten van monopolievorming op de globale economie worden geëvalueerd.

monopolie em 30 segundos

  • Monopolie betekent dat één partij de volledige controle heeft over een markt of dienst.
  • Het woord wordt vaak gebruikt in economische, politieke en sociale contexten.
  • In het Nederlands is het lidwoord meestal 'het' (het monopolie).
  • Het concept impliceert een gebrek aan concurrentie en een sterke machtspositie.

In de kern van de economische en sociale theorie staat het woord monopolie. Wanneer we spreken over een monopolie, hebben we het over een situatie waarin één enkele partij, zij het een bedrijf, een individu of een overheidsinstelling, de volledige controle heeft over de levering van een specifiek product of een specifieke dienst. Dit gebrek aan concurrentie geeft de partij een enorme machtspositie, omdat consumenten geen alternatieven hebben. In het Nederlands wordt dit woord niet alleen in een strikt zakelijke context gebruikt, maar ook in een overdrachtelijke zin om een exclusief recht of een overheersende positie in een gesprek of sociale dynamiek aan te duiden.

Economische Macht
Een bedrijf dat als enige een medicijn mag produceren, heeft een wettelijk monopolie door middel van patenten. Dit stelt hen in staat om prijzen te dicteren zonder angst voor prijsvechters.
Sociale Dominantie
In een discussie kan iemand een 'monopolie op de waarheid' claimen, wat suggereert dat alleen hun visie correct is en dat zij geen ruimte laten voor andere meningen.
Overheidscontrole
Historisch gezien hadden veel Europese overheden een monopolie op postbezorging of de exploitatie van spoorwegen, vaak om een universele dienstverlening te garanderen.

De overheid besloot het monopolie op de energiemarkt te doorbreken om de prijzen voor burgers te verlagen.

Voorbeeld van marktliberalisering.

Het concept van een monopolie is diep geworteld in de Nederlandse geschiedenis. Denk aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die in de 17e eeuw een door de staat verleend monopolie had op de handel met Azië. Dit leidde tot enorme rijkdom, maar ook tot felle kritiek en ethische dilemma's. Tegenwoordig waken instanties zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in Nederland en de Europese Commissie op EU-niveau over het voorkomen van machtsmisbruik door partijen met een monopoliepositie. Het woord draagt vaak een negatieve connotatie van starheid, gebrek aan innovatie en uitbuiting, hoewel een 'natuurlijk monopolie' (zoals het drinkwaternetwerk) soms als efficiënt wordt beschouwd.

Zij heeft zeker geen monopolie op wijsheid; luister ook eens naar de ideeën van anderen.

Het woord wordt ook gebruikt voor het beroemde bordspel. In Nederland is 'Monopoly' een van de meest verkochte spellen ooit. Grappig genoeg is het doel van het spel precies wat economen proberen te voorkomen: een totale overheersing van de markt waardoor alle andere spelers failliet gaan. Dit maakt het woord zeer herkenbaar voor alle lagen van de bevolking, van jonge kinderen die straten kopen tot beleidsmakers die antitrustwetten schrijven.

De technologische gigant werd beschuldigd van het handhaven van een illegaal monopolie via hun app-winkel.

Oorsprong
Afgeleid van het Griekse 'monos' (één) en 'pōlein' (verkopen). Letterlijk betekent het dus 'alleenverkoop'.
Context
Wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden als 'doorbreken', 'behouden', 'vestigen' of 'misbruiken'.

Het spoorwegnetwerk is een voorbeeld van een natuurlijk monopolie vanwege de hoge infrastructuurkosten.

Het correct gebruiken van monopolie in een zin vereist aandacht voor het lidwoord en de voorzetsels die erop volgen. Omdat het een abstract zelfstandig naamwoord is, staat het vaak centraal in zinnen die gaan over macht, bezit en marktverhoudingen. Laten we kijken naar de verschillende manieren waarop dit woord in de praktijk wordt toegepast.

Met het voorzetsel 'op'
Wanneer je aangeeft waarover de controle wordt uitgeoefend, gebruik je bijna altijd 'op'. Bijvoorbeeld: 'Het bedrijf heeft een monopolie op de productie van deze specifieke chips.'
Met werkwoorden van actie
Je kunt een monopolie 'verkrijgen', 'behouden', 'versterken', 'bestrijden' of 'doorbreken'. Deze werkwoorden geven de dynamiek van de marktmacht weer.

Door de fusie ontstond er een feitelijk monopolie in de regionale krantenmarkt.

In formele rapporten zie je vaak de term 'monopoliepositie'. Dit benadrukt de status van de entiteit binnen de marktstructuur. Het is belangrijk om te onthouden dat 'monopolie' zowel naar de toestand (de marktstructuur) als naar de bezitter (de monopolist) kan verwijzen, hoewel voor de persoon of het bedrijf vaker het woord 'monopolist' wordt gebruikt. In zinnen waarin kritiek wordt geuit, wordt vaak gesproken over 'misbruik van een machtspositie', wat nauw verwant is aan het hebben van een monopolie.

De Europese Unie heeft strenge regels om te voorkomen dat een monopolie de consument schaadt.

In figuurlijke zin wordt het woord vaak gebruikt om een gebrek aan diversiteit in perspectieven aan te kaarten. 'Zij menen het monopolie op de waarheid te hebben' is een klassieke uitdrukking om aan te geven dat iemand erg arrogant is en denkt alles beter te weten. In dit soort zinnen werkt het woord als een sterke metafoor voor intellectuele of morele overheersing.

Geen enkele politieke partij heeft een monopolie op goede ideeën voor het klimaat.

Samenstellingen
Je komt vaak woorden tegen zoals staatsmonopolie, geweldmonopolie (het recht van de staat om geweld te gebruiken) en handelsmonopolie.
Grammaticaal Getal
Het meervoud is 'monopolies'. Bijvoorbeeld: 'De overheid wil de verschillende monopolies in de nutssectoren aanpakken.'

Het doorbreken van een langdurig monopolie kan leiden tot een golf van innovatie.

Het woord monopolie is geen woord dat je elke vijf minuten in de supermarkt hoort, maar in specifieke domeinen is het alomtegenwoordig. Het is een sleutelbegrip in het publieke debat over de macht van grote bedrijven en de rol van de overheid. Hier zijn de plekken waar je dit woord het meest waarschijnlijk zult tegenkomen.

In het Nieuws en de Media
Financiële nieuwszenders zoals RTL Z of kranten als het Financieele Dagblad (FD) gebruiken het woord dagelijks. Ze rapporteren over boetes die de Europese Commissie oplegt aan techreuzen zoals Google of Amazon wegens monopolistische praktijken.
In de Politiek
Debatten in de Tweede Kamer gaan vaak over het 'geweldsmonopolie' van de politie of het 'staatsmonopolie' op bepaalde gokactiviteiten (zoals Holland Casino). Politici discussiëren over of deze monopolies moeten blijven bestaan of geprivatiseerd moeten worden.

De verslaggever vroeg de minister hoe hij het monopolie van de nationale spoorwegen rechtvaardigde.

In het onderwijs, met name bij vakken als economie, maatschappijleer en geschiedenis, is het een fundamentele term. Studenten leren over de nadelen van een monopolie, zoals hogere prijzen en lagere kwaliteit, en vergelijken dit met 'volkomen concurrentie' of een 'oligopolie'. In een academische setting hoor je het woord in lezingen over marktwerking en mededingingsrecht.

Tijdens de hoorzitting werd de CEO ondervraagd over het vermeende monopolie van zijn bedrijf op gebruikersdata.

Op de werkvloer, vooral in strategische vergaderingen van grotere bedrijven, wordt gesproken over het 'creëren van een monopoliepositie' als een (vaak onuitgesproken) doel om de winstgevendheid te maximaliseren. Men gebruikt dan vaker eufemismen zoals 'marktleiderschap', maar de onderliggende dynamiek is die van een monopolie. Ook bij juridische afdelingen die zich bezighouden met patenten en intellectueel eigendom is het woord een constante factor.

Het patent geeft ons gedurende twintig jaar een wettelijk monopolie op deze technologie.

Juridische Context
In de rechtszaal hoor je over 'kartelvorming' en 'monopolievorming' wanneer bedrijven illegale afspraken maken om de concurrentie uit te schakelen.
Sociale Context
In opiniestukken en talkshows wordt geklaagd over het 'monopolie van de Randstad' op politieke aandacht, waarmee wordt bedoeld dat de regio rond Amsterdam, Rotterdam en Den Haag alle aandacht opeist.

Zonder concurrentie vervalt een bedrijf vaak in luiheid door hun monopolie.

Hoewel monopolie een internationaal woord is, maken zowel moedertaalsprekers als taalleerders specifieke fouten bij het gebruik ervan in het Nederlands. Het vermijden van deze valkuilen zal je taalgebruik direct naar een hoger niveau tillen.

Spelling: Monopolie vs. Monopoly
De meest voorkomende fout is het gebruiken van de Engelse spelling 'monopoly' wanneer men het over het economische concept heeft. In het Nederlands eindigt het woord op een 'e'. Alleen voor de naam van het bordspel schrijven we 'Monopoly'.
Het verkeerde lidwoord
Veel mensen twijfelen tussen 'de' en 'het'. Hoewel 'de monopolie' historisch gezien soms werd gebruikt, is 'het monopolie' in het hedendaagse Nederlands de enige echt correcte vorm voor het abstracte begrip.

Fout: De economische monopoly van dat bedrijf is zorgwekkend.

Goed: Het economische monopolie van dat bedrijf is zorgwekkend.

Een andere conceptuele fout is het verwarren van een 'monopolie' met een 'oligopolie'. Een monopolie betekent dat er maar één aanbieder is. Een oligopolie betekent dat er een klein aantal grote aanbieders is (zoals de banken- of supermarktsector in Nederland). Het gebruik van 'monopolie' wanneer er eigenlijk drie of vier grote spelers zijn, wordt in zakelijke contexten als onnauwkeurig beschouwd.

Het is incorrect om te zeggen dat een winkel een monopolie heeft als er drie deuren verder een concurrent zit.

Daarnaast is er de verwarring met het woord 'monopolist'. Onthoud: 'het monopolie' is de situatie, 'de monopolist' is de partij die de macht heeft. Je kunt niet zeggen: 'Dat bedrijf is een monopolie'. Je moet zeggen: 'Dat bedrijf heeft een monopolie' of 'Dat bedrijf is een monopolist'.

De staat is de enige monopolist op het gebied van paspoortuitgifte.

Uitspraakfouten
Leg de klemtoon niet op de 'o' (zoals in het Engelse 'mo-NO-poly'). In het Nederlands is het 'mo-no-po-LIE'. Een verkeerde klemtoon kan leiden tot onbegrip.
Verkeerd voorzetsel
Gebruik niet 'over' of 'van' wanneer je de markt beschrijft. Gebruik 'op'. Fout: 'Monopolie over de markt'. Goed: 'Monopolie op de markt'.

Zorg dat je het verschil begrijpt tussen een monopolie en een kartel (waarbij meerdere bedrijven afspraken maken).

Soms is monopolie een te zwaar of te technisch woord. Afhankelijk van de context kun je kiezen voor alternatieven die subtiel andere nuances uitdrukken. Hieronder vergelijken we 'monopolie' met aanverwante termen.

Alleenrecht vs. Monopolie

Alleenrecht: Dit klinkt iets minder technisch en meer juridisch. Het benadrukt dat iemand het recht heeft om iets als enige te doen. 'Hij heeft het alleenrecht op de verkoop van deze boeken.'

Monopolie: Benadrukt de feitelijke marktsituatie en de economische macht.

Machtspositie vs. Monopolie

Machtspositie: Een breder begrip. Een bedrijf kan een machtspositie hebben zonder een volledige monopolist te zijn (bijvoorbeeld met 70% marktaandeel).

Monopolie: De extreme vorm van een machtspositie waarbij de concurrentie nagenoeg nul is.

Hegemonie vs. Monopolie

Hegemonie: Wordt vaker gebruikt in politieke en culturele contexten om overwicht aan te duiden. 'De culturele hegemonie van het Westen.'

Monopolie: Wordt vaker gebruikt voor tastbare goederen, diensten en markten.

Hoewel ze geen volledig monopolie hebben, is hun machtspositie in de sector overweldigend.

In informele situaties kun je woorden gebruiken als 'alleenheerschappij' of 'overmacht'. Als je wilt zeggen dat iemand een gesprek domineert, zeg je niet 'hij heeft een monopolie op het gesprek', maar eerder 'hij is constant aan het woord' of 'hij claimt alle aandacht'. Echter, in een intellectueel debat is 'monopolie op het woord' een zeer krachtige en correcte uitdrukking.

Het monopolie van de staat op de postbezorging werd in 2009 definitief beëindigd.

Voor taalleerders is het nuttig om ook het woord 'exclusiviteit' te kennen. Waar 'monopolie' vaak negatief beladen is (dwang, gebrek aan keuze), heeft 'exclusiviteit' vaak een positieve, luxe bijklank (bijzonder, niet voor iedereen bereikbaar). Kies je woorden dus zorgvuldig op basis van het gevoel dat je wilt overbrengen.

De kunstenaar heeft een monopolie op deze specifieke stijl van beeldhouwen.

Andere vormen
Denk aan 'monopoliseren' (werkwoord): 'Hij probeert de discussie te monopoliseren'. Dit betekent dat hij alle tijd en ruimte voor zichzelf opeist.

De overgang van een monopolie naar een concurrerende markt is vaak pijnlijk voor de zittende partij.

How Formal Is It?

Curiosidade

Hoewel we het nu vaak als iets negatiefs zien, werden monopolies in de middeleeuwen vaak door koningen verkocht als een manier om snel geld op te halen voor oorlogen.

Guia de pronúncia

UK /mɔ.no.po.ˈli/
US /mɑ.nə.pə.ˈli/
Op de laatste lettergreep (mo-no-po-LIE).
Rima com
energie strategie synergie fantasie categorie economie democratie theorie
Erros comuns
  • De klemtoon op de tweede lettergreep leggen (zoals in het Engels).
  • De laatste 'e' niet uitspreken.
  • De 'o' klanken te lang maken.
  • Het woord uitspreken als 'monopoly' (Engels).
  • De 'p' te zacht uitspreken.

Nível de dificuldade

Leitura 3/5

Het woord is herkenbaar, maar de context kan technisch zijn.

Escrita 4/5

Let op de spelling met een 'e' aan het eind en het lidwoord 'het'.

Expressão oral 4/5

De klemtoon op de laatste lettergreep is lastig voor Engelstaligen.

Audição 3/5

In het nieuws wordt het vaak en duidelijk uitgesproken.

O que aprender depois

Pré-requisitos

markt bedrijf alleen macht kopen

Aprenda a seguir

oligopolie mededinging kartel liberalisering privatisering

Avançado

antitrustwetgeving prijszetter toetredingsbarrières schaalvoordelen bilateraal

Gramática essencial

Het-woorden

Het monopolie, het bedrijf, het recht.

Meervoudsvorming op -s

Monopolies, bureaus, cadeaus.

Samenstellingen

Monopolie + positie = monopoliepositie.

Voorzetselgebruik 'op'

Een monopolie op de markt (niet 'in' of 'over').

Werkwoord 'monopoliseren'

Ik monopoliseer, jij monopoliseert, wij monopoliseren.

Exemplos por nível

1

Ik speel graag Monopoly met mijn familie.

I like playing Monopoly with my family.

Here 'Monopoly' is a proper noun (the game).

2

Dat bedrijf is heel groot en heeft een monopolie.

That company is very big and has a monopoly.

'Het monopolie' is the standard form.

3

Heeft zij een monopolie op de snoepjes?

Does she have a monopoly on the sweets?

Simple use of 'op' for the object of control.

4

Een monopolie is vaak niet goed voor de prijs.

A monopoly is often not good for the price.

Abstract noun as subject.

5

Er is geen ander bedrijf, het is een monopolie.

There is no other company, it is a monopoly.

Simple defining sentence.

6

Jij hebt geen monopolie op de televisie!

You don't have a monopoly on the television!

Figurative use in a simple context.

7

In het spel heb ik een monopolie op de blauwe straten.

In the game, I have a monopoly on the blue streets.

Using 'op' to indicate the specific assets.

8

De koning had vroeger een monopolie op zout.

The king used to have a monopoly on salt.

Historical simple past tense.

1

Het bedrijf probeert een monopolie te krijgen.

The company is trying to get a monopoly.

Use of 'krijgen' (to get/obtain).

2

De overheid heeft het monopolie op de post.

The government has the monopoly on the mail.

Article 'het' used correctly.

3

Zonder concurrentie krijg je een monopolie.

Without competition, you get a monopoly.

Conditional structure 'zonder... krijg je'.

4

Is een monopolie altijd slecht voor de klant?

Is a monopoly always bad for the customer?

Interrogative sentence.

5

Het monopolie op water is in handen van de staat.

The monopoly on water is in the hands of the state.

Prepositional phrase 'in handen van'.

6

Zij doorbreken het monopolie van de grote banken.

They are breaking the monopoly of the big banks.

'Doorbreken' is a common verb with monopoly.

7

In deze stad is er een monopolie op taxi's.

In this city, there is a monopoly on taxis.

Locative start of the sentence.

8

Hij wil alles alleen doen, hij wil een monopolie.

He wants to do everything alone, he wants a monopoly.

Expressing desire/intent.

1

De ACM controleert of er sprake is van een monopolie.

The ACM checks if there is a case of a monopoly.

'Sprake zijn van' is a common B1 idiom.

2

Een monopolie kan leiden tot hogere prijzen voor de consument.

A monopoly can lead to higher prices for the consumer.

Using 'leiden tot' (lead to).

3

Zij hebben een monopoliepositie verworven in de technologiesector.

They have acquired a monopoly position in the technology sector.

Compound word 'monopoliepositie'.

4

Het is lastig om een bestaand monopolie te bevechten.

It is difficult to fight an existing monopoly.

Use of 'bevechten' (to fight against).

5

Niemand heeft het monopolie op goede ideeën.

No one has the monopoly on good ideas.

Common figurative expression.

6

De wet verbiedt het misbruik van een monopolie.

The law forbids the abuse of a monopoly.

'Misbruik van' is a key collocation.

7

Innovatie wordt soms geremd door een gebrek aan concurrentie bij een monopolie.

Innovation is sometimes hindered by a lack of competition in a monopoly.

Passive voice 'wordt geremd'.

8

De NS verloor haar monopolie op het Nederlandse spoor.

The NS lost its monopoly on the Dutch railway.

Possessive 'haar' referring to the company.

1

Een natuurlijk monopolie ontstaat vaak bij hoge vaste kosten.

A natural monopoly often arises with high fixed costs.

Technical term 'natuurlijk monopolie'.

2

De overheid handhaaft het geweldsmonopolie om de orde te bewaren.

The government maintains the monopoly on violence to preserve order.

Political science term 'geweldsmonopolie'.

3

Critici vrezen dat de fusie zal leiden tot een feitelijk monopolie.

Critics fear the merger will lead to a de facto monopoly.

'Feitelijk' (actual/de facto) adds nuance.

4

De Europese Commissie treedt streng op tegen monopolies.

The European Commission takes strict action against monopolies.

'Optreden tegen' (to take action against).

5

Een wettelijk monopolie beschermt uitvinders via patenten.

A legal monopoly protects inventors through patents.

Adjective 'wettelijk' (legal).

6

De privatisering moest een einde maken aan het staatsmonopolie.

Privatization was supposed to end the state monopoly.

Historical economic context.

7

Zij probeert de markt te monopoliseren door concurrenten op te kopen.

She is trying to monopolize the market by buying up competitors.

Verb form 'monopoliseren'.

8

Het monopolie op de waarheid is een gevaarlijke illusie.

The monopoly on truth is a dangerous illusion.

Philosophical usage.

1

De dynamiek van een bilateraal monopolie is complex voor onderhandelaars.

The dynamics of a bilateral monopoly are complex for negotiators.

Advanced economic term.

2

Men spreekt van een monopolie wanneer de toetredingsdrempels onoverkomelijk zijn.

One speaks of a monopoly when entry barriers are insurmountable.

Formal 'men spreekt van'.

3

Het doorbreken van technologische monopolies vereist vaak stringente wetgeving.

Breaking technological monopolies often requires stringent legislation.

Advanced vocabulary like 'stringente'.

4

Het staatsmonopolie op kansspelen staat al jaren onder druk van de EU.

The state monopoly on gambling has been under pressure from the EU for years.

Current political-legal context.

5

Zijn intellectuele monopolie binnen de vakgroep werd niet door iedereen gewaardeerd.

His intellectual monopoly within the department was not appreciated by everyone.

Abstract social application.

6

De toezichthouder onderzoekt of er sprake is van prijsdiscriminatie door de monopolist.

The regulator is investigating whether there is price discrimination by the monopolist.

Using 'monopolist' as the actor.

7

Een monopolie kan de prikkel tot innovatie volledig wegnemen.

A monopoly can completely remove the incentive for innovation.

'Prikkel tot' (incentive for).

8

Het vestigen van een monopolie is in strijd met het mededingingsrecht.

Establishing a monopoly is in conflict with competition law.

'In strijd met' (in conflict with/against).

1

De erosie van het staatsmonopolie op informatievoorziening door sociale media is onmiskenbaar.

The erosion of the state monopoly on information provision by social media is undeniable.

Sophisticated noun phrase 'erosie van'.

2

In een zuiver monopolie is de marginale opbrengst altijd lager dan de prijs.

In a pure monopoly, marginal revenue is always lower than the price.

Academic economic precision.

3

Het geweldsmonopolie vormt de hoeksteen van de moderne soevereine staat.

The monopoly on violence forms the cornerstone of the modern sovereign state.

Political philosophy context.

4

Paradoxaal genoeg kan een tijdelijk monopolie, zoals een patent, de welvaart op lange termijn vergroten.

Paradoxically, a temporary monopoly, such as a patent, can increase long-term welfare.

Complex sentence with 'paradoxaal genoeg'.

5

De hegemonie van deze softwaregigant grenst aan een absoluut monopolie.

The hegemony of this software giant borders on an absolute monopoly.

Using 'hegemonie' and 'monopolie' together.

6

De jurisprudentie aangaande monopolies evolueert voortdurend in een geglobaliseerde economie.

Jurisprudence regarding monopolies is constantly evolving in a globalized economy.

High-level term 'jurisprudentie'.

7

Men bekritiseert vaak het morele monopolie dat bepaalde instituten claimen te bezitten.

One often criticizes the moral monopoly that certain institutes claim to possess.

Abstract moral application.

8

De transitie van een centraal geleid monopolie naar een geliberaliseerde markt is een hachelijke onderneming.

The transition from a centrally managed monopoly to a liberalized market is a perilous undertaking.

Use of 'hachelijke' (perilous).

Colocações comuns

het geweldsmonopolie
een monopolie doorbreken
een feitelijk monopolie
een staatsmonopolie
een monopolie op de waarheid
een natuurlijk monopolie
misbruik van monopolie
een tijdelijk monopolie
een monopolie vestigen
monopoliepositie behouden

Frases Comuns

geen monopolie op wijsheid hebben

— Niet de enige zijn die verstandig is of goede ideeën heeft.

De directeur heeft geen monopolie op wijsheid; hij moet luisteren naar zijn personeel.

het monopolie op geweld

— Het exclusieve recht van de staat om fysiek geweld te gebruiken.

Zonder het geweldsmonopolie van de staat zou er anarchie heersen.

een monopolie op de markt

— De enige aanbieder zijn in een specifieke sector.

Het bedrijf heeft een monopolie op de markt voor medische scans.

een monopolie verwerven

— Ervoor zorgen dat je de enige aanbieder wordt.

Door alle concurrenten op te kopen, verwierf hij een monopolie.

een monopolie bestrijden

— Actie ondernemen tegen de macht van één partij.

De consumentenbond probeert het monopolie van de kabelaar te bestrijden.

het monopolie op informatie

— Als enige toegang hebben tot belangrijke gegevens.

In een dictatuur heeft de overheid vaak een monopolie op informatie.

een monopolie uitbuiten

— Misbruik maken van een machtspositie door bijvoorbeeld prijzen te verhogen.

Het is verboden om een monopolie uit te buiten ten koste van de klant.

een monopolie verlenen

— Iemand het exclusieve recht geven om iets te doen.

De koning verleende de VOC een monopolie op de specerijenhandel.

een monopolie op de waarheid claimen

— Beweren dat alleen jij weet hoe het echt zit.

Religieuze groeperingen claimen soms een monopolie op de waarheid.

onder het monopolie vallen

— Onderdeel zijn van een markt die gecontroleerd wordt door één partij.

Deze diensten vallen nog steeds onder het staatsmonopolie.

Frequentemente confundido com

monopolie vs oligopolie

Een markt met enkele aanbieders in plaats van slechts één.

monopolie vs kartel

Een samenwerking tussen bedrijven om concurrentie te beperken.

monopolie vs monopolist

De persoon of het bedrijf, niet de situatie zelf.

Expressões idiomáticas

"het monopolie op de wijsheid in pacht hebben"

— Denken dat je de enige bent die alles weet (vaak sarcastisch).

Hij doet alsof hij het monopolie op de wijsheid in pacht heeft.

informeel/sarcastisch
"een monopoliepositie bekleden"

— In een positie verkeren waarin je geen concurrentie hebt.

De softwaregigant bekleedt al jaren een monopoliepositie.

formeel
"het monopolie doorbreken"

— Een einde maken aan de exclusieve macht van een partij.

De komst van internet heeft het monopolie van kranten op nieuws doorbroken.

neutraal
"het geweldsmonopolie van de staat"

— Het principe dat alleen de overheid geweld mag gebruiken.

De politie oefent het geweldsmonopolie uit.

juridisch/politiek
"een monopolie op de aandacht"

— Alle aandacht opeisen in een groep.

Het kind had een monopolie op de aandacht tijdens het feest.

informeel
"het monopolie op de waarheid"

— De claim dat alleen jouw visie correct is.

Geen enkele wetenschapper heeft het monopolie op de waarheid.

filosofisch
"een monopolie op de handel"

— Exclusieve controle over commerciële activiteiten.

De VOC had een monopolie op de handel met het Oosten.

historisch
"het monopolie op de macht"

— Totale politieke controle.

De partij probeert haar monopolie op de macht te behouden.

politiek
"een monopolie op de bronnen"

— Als enige toegang hebben tot grondstoffen of informatiebronnen.

Het land heeft een monopolie op de bronnen van zeldzame aardmetalen.

economisch
"het monopolie aanvechten"

— De rechtmatigheid van een machtspositie in twijfel trekken.

De advocaat ging het monopolie van het bedrijf aanvechten bij de rechter.

juridisch

Fácil de confundir

monopolie vs Monopoly

Het is de Engelse naam van het bordspel.

In het Nederlands schrijven we 'monopolie' voor het concept en 'Monopoly' voor het spel.

Ik speel Monopoly terwijl ik leer over het monopolie.

monopolie vs Alleenrecht

Het betekent bijna hetzelfde.

Alleenrecht is vaker juridisch, monopolie vaker economisch.

Hij heeft het alleenrecht om hier te vissen.

monopolie vs Hegemonie

Beide gaan over macht.

Hegemonie is politiek overwicht, monopolie is marktoverheersing.

De hegemonie van de Romeinen was enorm.

monopolie vs Exclusiviteit

Beide gaan over 'de enige zijn'.

Exclusiviteit is een marketingterm, monopolie een economische term.

Dit hotel biedt totale exclusiviteit.

monopolie vs Eigendom

Je bezit iets alleen.

Eigendom is het recht op een object, monopolie is de controle over een markt.

Dit huis is mijn eigendom.

Padrões de frases

A2

[Bedrijf] heeft een monopolie op [product].

De NS heeft een monopolie op het spoor.

B1

Het monopolie van [partij] zorgt voor [gevolg].

Het monopolie van de staat zorgt voor stabiliteit.

B2

Om het monopolie te [werkwoord], moet de overheid [actie].

Om het monopolie te doorbreken, moet de overheid de markt openen.

C1

Er is sprake van een [adjectief] monopolie op [gebied].

Er is sprake van een feitelijk monopolie op de energiemarkt.

A1

Ik heb een monopolie in [spel].

Ik heb een monopolie in Monopoly.

C2

Het geweldsmonopolie is inherent aan [concept].

Het geweldsmonopolie is inherent aan de soevereine staat.

B1

Niemand heeft een monopolie op [abstract begrip].

Niemand heeft een monopolie op geluk.

B2

Het vestigen van een monopolie wordt [adjectief] gevonden.

Het vestigen van een monopolie wordt onwenselijk gevonden.

Família de palavras

Substantivos

monopolist
monopolievorming
monopoliepositie
monopolies

Verbos

monopoliseren

Adjetivos

monopolistisch

Relacionado

oligopolie
duopolie
kartel
mededinging
concurrentie

Como usar

frequency

Gemiddeld in algemeen taalgebruik, hoog in zakelijk/politiek taalgebruik.

Erros comuns
  • De monopolie Het monopolie

    Monopolie is een onzijdig woord in het Nederlands.

  • Monopoly (voor het concept) Monopolie

    In het Nederlands gebruiken we de spelling met een 'e'.

  • Monopolie over de markt Monopolie op de markt

    Het vaste voorzetsel bij monopolie is 'op'.

  • Het bedrijf is een monopolie Het bedrijf heeft een monopolie / is een monopolist

    Een bedrijf is de entiteit, het monopolie is de situatie.

  • Klemtoon op 'no' Klemtoon op 'lie'

    De Nederlandse uitspraak verschilt hier wezenlijk van de Engelse.

Dicas

De eind-e

Vergeet nooit de 'e' aan het einde. Zonder de 'e' is het Engels of de naam van het spel.

Klemtoon

Leg de klemtoon op 'LIE'. Dit is het grootste verschil met de Engelse uitspraak.

Het-woord

Onthoud: Het monopolie. Koppel het aan 'het bedrijf' om het te onthouden.

Figuurlijk gebruik

Gebruik het woord ook eens figuurlijk om je Nederlands interessanter te maken.

Monopolist

Gebruik 'monopolist' voor de dader en 'monopolie' voor de daad.

VOC

In geschiedenislessen is dit een sleutelwoord voor de Nederlandse Gouden Eeuw.

Geweldsmonopolie

Dit is een zeer belangrijk woord in de politieke filosofie in Nederland.

Doorbreken

Leer het werkwoord 'doorbreken' samen met 'monopolie'; ze horen bij elkaar.

Oligopolie

Gebruik 'oligopolie' als er meer dan één maar weinig aanbieders zijn.

Spelletjesavond

Gebruik je kennis van het woord tijdens een potje Monopoly om indruk te maken.

Memorize

Mnemônico

Denk aan 'Mono' (één) en 'Polie' (als in politie/controle). Eén partij controleert alles als een politieagent.

Associação visual

Stel je een grote octopus voor die met al zijn tentakels alle winkels in een stad vasthoudt.

Word Web

markt macht alleen prijs controle bedrijf wet concurrentie

Desafio

Probeer vandaag drie keer het woord 'monopolie' te gebruiken in een gesprek over werk of politiek.

Origem da palavra

Het woord komt van het Oudgriekse 'monopōlion' (μονοπώλιον). Dit is een samenstelling van 'monos' (μόνος), wat 'één' of 'alleen' betekent, en 'pōlein' (πωλεῖν), wat 'verkopen' betekent.

Significado original: Alleenverkoop of het recht om als enige iets te verkopen.

Indo-Europees via het Grieks en Latijn (monopolium).

Contexto cultural

Wees voorzichtig met het woord in sociale situaties; iemand beschuldigen van een 'monopolie op de waarheid' kan als zeer beledigend worden ervaren.

In English-speaking countries, 'monopoly' is often associated with big tech (Big Tech) and historical figures like Rockefeller. The Dutch usage is very similar but focuses more on state-owned enterprises (NS, PostNL) becoming private.

Het bordspel Monopoly door Parker Brothers/Hasbro. De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie). De Europese Commissie (Margrethe Vestager).

Pratique na vida real

Contextos reais

Economie

  • marktconforme prijzen
  • gebrek aan concurrentie
  • toetreding tot de markt
  • monopoliewinst

Politiek

  • geweldsmonopolie
  • staatsbedrijf
  • publieke sector
  • regulering

Recht

  • mededingingsrecht
  • misbruik machtspositie
  • fusiecontrole
  • patentrecht

Sociale interactie

  • het woord opeisen
  • gelijk willen hebben
  • dominant gedrag
  • exclusief recht

Spellen

  • straten kopen
  • hotels bouwen
  • bankroet gaan
  • kanskaarten

Iniciadores de conversa

"Vind jij dat de overheid een monopolie op de zorg moet hebben?"

"Welk bedrijf heeft volgens jou een te groot monopolie op onze data?"

"Heb je vroeger vaak Monopoly gespeeld met je familie?"

"Hoe denk je dat we het monopolie van grote techbedrijven kunnen doorbreken?"

"Is een monopolie op de waarheid in een democratie wel mogelijk?"

Temas para diário

Beschrijf een situatie waarin jij vond dat iemand een monopolie op het gesprek had. Hoe voelde dat?

Wat zijn de gevaren van een staatsmonopolie op informatie volgens jou?

Zou de wereld beter zijn zonder monopolies, of zijn ze soms nodig voor innovatie?

Reflecteer op de macht van monopolies in jouw eigen land.

Hoe beïnvloedt een monopolie de keuzes die jij als consument maakt?

Perguntas frequentes

10 perguntas

Het is 'het monopolie'. Hoewel 'de' soms in oude teksten staat, is 'het' de enige correcte vorm in modern Nederlands.

Een monopolie is één bedrijf dat de markt beheerst. Een kartel is een groep bedrijven die stiekem afspraken maakt om de prijzen hoog te houden alsof ze één bedrijf zijn.

Zonder concurrentie kunnen bedrijven de prijzen verhogen en hoeven ze niet te innoveren. Dit is nadelig voor de consument.

Dit is een situatie waarin het efficiënter is als er maar één aanbieder is, zoals bij het waternet of het elektriciteitsnet.

De klemtoon ligt op de laatste lettergreep: mo-no-po-LIE. De 'ie' klinkt als in 'zie'.

Het spel gaat over het creëren van een monopolie. De naam van het spel komt dus direct van het concept.

Een situatie waarin de overheid als enige een product of dienst mag aanbieden, zoals vroeger de post of de trein.

Ja, in figuurlijke zin wel, zoals een 'monopolie op de aandacht' of een 'monopolie op de waarheid'.

De overheid heeft toezichthouders (zoals de ACM) die boetes kunnen geven of fusies kunnen verbieden.

Ja, een patent geeft een uitvinder een tijdelijk wettelijk monopolie op hun uitvinding.

Teste-se 180 perguntas

writing

Schrijf een zin met 'het monopolie' en 'de markt'.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Waarom is een monopolie slecht voor de consument?

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Gebruik 'monopoliseren' in een formele zin.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Leg uit wat het 'geweldsmonopolie' van de staat is.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Maak een zin met 'monopolie op de waarheid'.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Wat is het verschil tussen een monopolie en een oligopolie? Schrijf 2 zinnen.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Schrijf een korte tekst (3 zinnen) over de VOC en hun monopolie.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Hoe doorbreek je een monopolie? Geef een voorbeeld.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Maak een zin met 'natuurlijk monopolie'.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Vertaal: 'The company has acquired a monopoly position.'

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Schrijf een zin waarin je iemand bekritiseert die te veel praat.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Wat zijn 'toetredingsdrempels'? Gebruik het woord monopolie.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Schrijf een zin met 'staatsmonopolie'.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Maak een zin met 'monopolist' als onderwerp.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Vertaal: 'Breaking a monopoly is difficult.'

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Gebruik 'monopolistisch' in een zin over gedrag.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Schrijf een zin over een patent.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Maak een zin over het spel Monopoly.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Leg uit wat 'alleenrecht' betekent in relatie tot monopolie.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
writing

Schrijf een zin over de ACM en monopolies.

Well written! Good try! Check the sample answer below.

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Spreek het woord 'monopolie' drie keer hardop uit met de klemtoon op -lie.

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Het bedrijf heeft een monopolie op de markt.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Niemand heeft een monopolie op de waarheid.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'De staat bezit het geweldsmonopolie.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Zij proberen de hele markt te monopoliseren.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Leg in 30 seconden uit wat een monopolie is.

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Het doorbreken van een monopolie is essentieel.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'In het spel Monopoly heb ik alle blauwe straten.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Een natuurlijk monopolie ontstaat door hoge kosten.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Misbruik van een machtspositie is verboden.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Zij heeft een monopolie op de aandacht van de groep.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Het staatsmonopolie op tabak is verleden tijd.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'De monopolist dicteert de voorwaarden.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Concurrentie bevordert innovatie, een monopolie remt het.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Spreek uit: monopoliepositie.

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Spreek uit: mededingingsrecht.

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Het monopolie van de VOC duurde bijna twee eeuwen.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Zijn monopolistische neigingen zijn hinderlijk.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Is een monopolie altijd nadelig?'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
speaking

Zeg: 'Het lidwoord is het, het monopolie.'

Read this aloud:

Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het lidwoord: 'Het monopolie op water.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het werkwoord: 'Zij willen het monopolie doorbreken.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het adjectief: 'Een feitelijk monopolie is gevaarlijk.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer de klemtoon: mo-no-po-LIE.

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het onderwerp: 'De monopolist verhoogt de prijzen.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het voorzetsel: 'Monopolie op de waarheid.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister naar de zin: 'De VOC had een monopolie.' Gaat dit over nu of vroeger?

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het woord: 'Monopolievorming.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het woord: 'Monopolistisch.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister: 'Het geweldsmonopolie van de staat.' Over wie gaat dit?

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het woord: 'Monopoliseren.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister: 'Niemand heeft een monopolie op geluk.' Is dit letterlijk of figuurlijk?

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het lidwoord: 'Het natuurlijk monopolie.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister: 'De ACM stopt het monopolie.' Wie stopt het?

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:
listening

Luister en noteer het woord: 'Monopolies.'

Correto! Quase. Resposta certa:
Correto! Quase. Resposta certa:

/ 180 correct

Perfect score!

Foi útil?
Nenhum comentário ainda. Seja o primeiro a compartilhar suas ideias!