The verb 'sluiten' is the standard Dutch term for closing objects and finalizing formal agreements.
Wort in 30 Sekunden
- To close or shut physical objects like doors and windows.
- Used for businesses ending their daily operations or permanently closing.
- Reaching formal agreements or concluding meetings and discussions.
Overzicht
'Sluiten' is een van de meest essentiële werkwoorden in de Nederlandse taal. Op het basisniveau (A1) wordt het vooral gebruikt in de fysieke betekenis: het dichtdoen van objecten. Het is een sterk werkwoord, wat betekent dat de klinker verandert in de verleden tijd (sluiten - sloot - gesloten).
Gebruikspatronen
Het meest directe patroon is 'iets sluiten' (overankelijk). Je sluit een deur, een boek, of je ogen. In de lijdende vorm wordt vaak het voltooid deelwoord 'gesloten' gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: 'De winkel is gesloten'. Een ander belangrijk patroon is het gebruik bij abstracte zaken, zoals 'een vriendschap sluiten' of 'een overeenkomst sluiten'.
Veelvoorkomende Contexten
In het dagelijks leven hoor je dit woord vaak bij winkels en openbare gebouwen ('Wanneer sluit de bank?'). In een zakelijke context is het cruciaal voor het afronden van deals of vergaderingen. Ook in de ICT wordt het veel gebruikt voor het afsluiten van programma's of vensters op een computer.
Vergelijking met vergelijkbare woorden
'Sluiten' wordt vaak verward met 'dichtdoen'. Hoewel ze meestal uitwisselbaar zijn, is 'dichtdoen' informeler en wordt het vaker gebruikt voor kleine, fysieke handelingen. 'Sluiten' klinkt formeler en wordt vaker gebruikt voor officiële zaken. Een ander verwant woord is 'vergrendelen', maar dat betekent specifiek 'op slot doen' met een sleutel of grendel, terwijl 'sluiten' alleen het dichtgaan beschrijft. Tot slot is er 'afsluiten', wat vaak een proces van volledige beëindiging suggereert, zoals een computer afsluiten of een hoofdstuk afsluiten.
Beispiele
Wilt u de deur sluiten?
everydayWould you like to close the door?
Wij sluiten hierbij de vergadering.
formalWe hereby close the meeting.
Ik sluit mijn ogen en ga slapen.
informalI close my eyes and go to sleep.
De universiteit sluit het onderzoek af met een rapport.
academicThe university concludes the research with a report.
Häufige Kollokationen
Häufige Phrasen
de deuren sluiten
to go out of business
zich aansluiten bij
to join (a group/opinion)
Wird oft verwechselt mit
Dichtdoen is more common in casual speech for physical objects, while sluiten is more formal and versatile.
Sluiten means just to close; op slot doen specifically means to lock with a key.
Grammatikmuster
How to Use It
Nutzungshinweise
In Dutch, 'sluiten' is neutral to formal. It is the preferred word in writing and professional settings. In spoken language, 'dichtdoen' is very frequent for everyday objects like jars or doors.
Häufige Fehler
English speakers often use 'sluiten' for 'locking' a door. In Dutch, you must specify 'op slot doen' if a key is involved. Another mistake is using weak conjugation (sluitte) instead of the strong form (sloot).
Tips
Use for formal business operations
Always use 'sluiten' when referring to the official operating hours of a shop or office.
Watch out for the past tense
Remember the vowel shift from 'ui' to 'oo'. It is 'ik sloot', not 'ik sluite'.
The Dutch 'Koopavond' context
In the Netherlands, shops usually 'sluiten' at 18:00, except on 'koopavond' (shopping night) when they stay open later.
Wortherkunft
Derived from Middle Dutch 'sluten', which is related to the German 'schließen'. It shares a distant linguistic root with the English word 'slot'.
Kultureller Kontext
The Dutch value punctuality; if a shop says it will 'sluiten' at 18:00, the doors are often locked exactly at that time.
Merkhilfe
Think of 'shutting' a door. Both 'shut' and 'sluiten' start with an 's' and describe the same action of closing something.
Häufig gestellte Fragen
4 Fragen'Dichtdoen' is informeler en wordt dagelijks gebruikt voor simpele handelingen. 'Sluiten' is iets formeler en wordt vaker gebruikt voor winkels, grenzen of contracten.
Nee, het is een sterk werkwoord. De stam verandert in de verleden tijd: ik sluit, ik sloot, wij hebben gesloten.
Niet direct. 'Sluiten' betekent dichtgaan. Als je een sleutel gebruikt, zeg je 'op slot doen' of 'vergrendelen'.
Dit betekent dat twee partijen een officiële afspraak of overeenkomst hebben gemaakt, vaak in de zakenwereld.
Teste dich selbst
De winkelier ___ de deur om zes uur.
De zin staat in de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud.
Wij hebben de ramen ___.
'Sluiten' is een sterk werkwoord met 'gesloten' als voltooid deelwoord.
moet / ik / het / sluiten / raam
In een zin met een modaal hulpwerkwoord (moet) komt het hoofdonderwerp aan het eind.
Ergebnis: /3
Summary
The verb 'sluiten' is the standard Dutch term for closing objects and finalizing formal agreements.
- To close or shut physical objects like doors and windows.
- Used for businesses ending their daily operations or permanently closing.
- Reaching formal agreements or concluding meetings and discussions.
Use for formal business operations
Always use 'sluiten' when referring to the official operating hours of a shop or office.
Watch out for the past tense
Remember the vowel shift from 'ui' to 'oo'. It is 'ik sloot', not 'ik sluite'.
The Dutch 'Koopavond' context
In the Netherlands, shops usually 'sluiten' at 18:00, except on 'koopavond' (shopping night) when they stay open later.
Beispiele
4 von 4Wilt u de deur sluiten?
Would you like to close the door?
Wij sluiten hierbij de vergadering.
We hereby close the meeting.
Ik sluit mijn ogen en ga slapen.
I close my eyes and go to sleep.
De universiteit sluit het onderzoek af met een rapport.
The university concludes the research with a report.
Related Content
Verwandtes Vokabular
Mehr daily_life Wörter
aandoen
B2To put on clothing or affect someone emotionally
aanpassen
B1To adjust or adapt to a situation.
aanreiken
B1To offer or hand over.
aanschaffen
B1To buy something
aanstaan
B1To be turned on or to please someone.
aanwezig
B1Present at a certain place.
aardig
A2kind or nice
achteraf
B2Afterwards or in retrospect
activiteit
B1A thing that you do for enjoyment or purpose
adres
A1Details of where someone lives.