A1 noun Neutral 2 Min. Lesezeit

maand

Month

/maːnt/

The word 'maand' is a fundamental time unit in Dutch, used as a masculine noun ('de maand') and always written in lowercase for specific month names.

maand in 30 Sekunden

  • A unit of time lasting approximately 30 days.
  • One of twelve divisions within a calendar year.
  • Essential for scheduling, birthdays, and professional deadlines.

Overzicht

Het woord 'maand' is een essentieel zelfstandig naamwoord in de Nederlandse taal voor het aanduiden van tijd. Het is een de-woord (de maand) en het meervoud is 'maanden'. Etymologisch is het nauw verwant aan het woord 'maan', aangezien kalenders oorspronkelijk gebaseerd waren op de maancyclus.

Gebruikspatronen

In het dagelijks gebruik wordt 'maand' vaak gecombineerd met aanwijzende voornaamwoorden zoals 'deze maand', 'volgende maand' of 'vorige maand'. Wanneer we spreken over een specifieke maand in de kalender, gebruiken we meestal geen lidwoord voor de naam van de maand (bijv. 'Het is nu oktober'). Een belangrijk grammaticaal punt is dat we in het Nederlands de namen van de maanden (januari, februari, etc.) met een kleine letter schrijven, tenzij ze aan het begin van een zin staan.

Veelvoorkomende Contexten

Je komt het woord tegen in bijna elke context: van werk ('de maandelijkse vergadering') tot privéleven ('Ik ben volgende maand jarig'). In financiële contexten spreekt men vaak over 'maandlasten' of 'salaris per maand'. Ook in de natuur en landbouw speelt het concept een grote rol bij het aanduiden van seizoenen.

Vergelijking met soortgelijke woorden

'Maand' moet niet verward worden met 'maandag' (de eerste dag van de week). Hoewel ze beide met 'maan' te maken hebben, is de schaal totaal anders. In vergelijking met 'periode' is 'maand' veel specifieker; een periode kan elke lengte hebben, terwijl een maand vaststaat in de kalenderstructuur. Ten slotte is er het bijvoeglijk naamwoord 'maandelijks', dat aangeeft dat iets elke maand terugkeert.

Beispiele

1

Ik heb deze maand veel werk te doen.

everyday

I have a lot of work to do this month.

2

De huur moet aan het begin van de maand betaald worden.

formal

The rent must be paid at the beginning of the month.

3

Over een maandje ben ik eindelijk klaar met mijn studie.

informal

In about a month, I'll finally be finished with my studies.

4

Het gemiddelde neerslagoverschot per maand is toegenomen.

academic

The average monthly precipitation surplus has increased.

Häufige Kollokationen

volgende maand next month
vorige maand last month
eind van de maand end of the month

Häufige Phrasen

maand na maand

month after month

halverwege de maand

halfway through the month

Wird oft verwechselt mit

maand vs. maan
'Maan' refers to the Moon in the sky, while 'maand' refers to the calendar unit of time.
maand vs. maandag
'Maandag' is specifically the day Monday, whereas 'maand' is a period of roughly 30 days.

Grammatikmuster

de maand [naam] per maand in de maand [naam]

So verwendest du es

Nutzungshinweise

The word 'maand' is neutral and used across all registers. In very informal speech, the diminutive 'maandje' is frequently used to make a period of time seem shorter or more manageable. In professional settings, 'per maand' is the standard way to express frequency.


Häufige Fehler

English speakers often capitalize the names of months in Dutch (e.g., writing 'Januari' instead of 'januari'). Another mistake is using 'het' instead of 'de' for the definite article.

Tipps

💡

Master the twelve Dutch month names

Learn the names from januari to december; they are cognates with English but have different spellings (e.g., 'maart' for March).
⚠️

Avoid capitalizing months in Dutch

Unlike English, Dutch month names are common nouns and should not be capitalized unless they start a sentence.
🌍

Dutch planning culture and months

Dutch people often plan social and work events months in advance using paper or digital agendas.

Wortherkunft

From Proto-Germanic *mēnōth-, which is related to *mēnōn (moon). This reflects the historical use of lunar cycles to measure time.

Kultureller Kontext

In the Netherlands, specific months are associated with traditions, such as 'december' with Sinterklaas and Christmas, or 'april' with King's Day (Koningsdag).

Merkhilfe

Remember that 'maand' is almost the same as 'moon'. A month was originally the time between two full moons.

Häufig gestellte Fragen

4 Fragen
Het is een de-woord. Je zegt dus 'de maand' en 'deze maand'.
Nee, in het Nederlands schrijven we de namen van de maanden (zoals januari, mei, december) met een kleine letter.
Het meervoud is 'maanden'. Bijvoorbeeld: 'Ik ga voor drie maanden naar het buitenland'.
Dit is een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat betekent dat iets elke maand gebeurt, zoals een abonnement.

Teste dich selbst

fill blank

December is de laatste ___ van het jaar.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: maand

In deze zin wordt verwezen naar één specifieke tijdseenheid in het enkelvoud.

multiple choice

Er zitten twaalf ___ in een jaar.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: maanden

'Maanden' is het standaard meervoud van 'maand'.

sentence building

volgende / Ik / op / ga / maand / vakantie.

Richtig! Nicht ganz. Richtige Antwort: Ik ga volgende maand op vakantie.

Dit is de meest natuurlijke zinsbouw in het Nederlands voor een toekomstige actie.

Ergebnis: /3

War das hilfreich?
Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der seine Gedanken teilt!