A1 adjective Neutro 4 min de leitura

kort

/kɔrt/

Overview

Het Nederlandse woord 'kort' is een veelzijdig bijvoeglijk naamwoord en bijwoord dat in een breed scala aan contexten wordt gebruikt om een gebrek aan lengte, duur, afstand, omvang of uitgebreidheid aan te duiden. De precieze betekenis hangt sterk af van de context waarin het wordt gebruikt.

**Als bijvoeglijk naamwoord:**

  • Lengte: Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende betekenis. 'Kort' wordt gebruikt om objecten of personen te beschrijven die niet veel lengte of hoogte hebben. Bijvoorbeeld: 'een korte broek' (short trousers), 'een korte man' (a short man), 'een korte weg' (a short road). In deze context is het antoniem 'lang'.
  • Duur: 'Kort' kan ook verwijzen naar een beperkte tijdsduur. Bijvoorbeeld: 'een korte vakantie' (a short holiday), 'een korte vergadering' (a short meeting), 'even wachten, het duurt maar kort' (wait a moment, it will only take a short time). Hier is het antoniem vaak 'lang' of 'langdurig'.
  • Afstand: Hoewel gerelateerd aan lengte, kan het specifiek verwijzen naar een kleine afstand. Bijvoorbeeld: 'een korte wandeling' (a short walk), 'op korte afstand' (at a short distance).
  • Omvang/hoeveelheid: Soms kan 'kort' een beperkte hoeveelheid of omvang aanduiden. Bijvoorbeeld: 'een korte samenvatting' (a short summary), 'korte metten maken met iets' (to make short work of something – meaning to deal with it quickly and decisively).
  • Relatief: De betekenis van 'kort' is vaak relatief. Wat voor de één kort is, kan voor de ander lang zijn. Een 'korte film' is bijvoorbeeld kort in vergelijking met een speelfilm, maar nog steeds langer dan een korte video op sociale media.

**Als bijwoord:**

Wanneer 'kort' als bijwoord wordt gebruikt, meestal in combinatie met werkwoorden, geeft het aan dat iets op een beknopte, snelle of directe manier gebeurt. Bijvoorbeeld:

  • 'Iets kort samenvatten' (to summarize something briefly).
  • 'Hem kortaf antwoorden' (to answer him abruptly/curtly).
  • 'De bal kort passen' (to pass the ball short – in sports).
  • 'Kort dag zijn' (to be short on time).

**Idiomatische uitdrukkingen en vaste combinaties:**

Het woord 'kort' komt voor in tal van idiomatische uitdrukkingen, wat de rijkdom van de Nederlandse taal illustreert:

  • 'Korte metten maken met iets/iemand': Snel en beslissend met iets of iemand afrekenen, vaak op een negatieve manier (bijv. 'De politie maakte korte metten met de demonstranten').
  • 'Op korte termijn': Binnen afzienbare tijd, spoedig (bijv. 'De resultaten worden op korte termijn verwacht'). Antonym: 'op lange termijn'.
  • 'Kortom': Om een samenvatting in te leiden, 'in het kort', 'al met al' (bijv. 'Hij heeft veel meegemaakt, kortom, zijn leven was turbulent').
  • 'Te kort komen': Niet genoeg hebben van iets, tekortschieten (bijv. 'Hij kwam te kort voor de overwinning').
  • 'Iets kort houden': Iets beknopt houden, niet te lang maken (bijv. 'Ik zal mijn presentatie kort houden').
  • 'Kort van stof': Weinig woorden gebruiken, beknopt zijn in communicatie (bijv. 'Hij is altijd nogal kort van stof').
  • 'Iemand kort houden': Iemand weinig vrijheid of speelruimte geven, strak aansturen (bijv. 'De manager houdt zijn werknemers kort').
  • 'Kort door de bocht gaan': Een overhaaste conclusie trekken of een te simpele benadering kiezen (bijv. 'Je gaat nu wel erg kort door de bocht met die aanname').
  • 'Het kortst van allemaal': De minste (bijv. 'Hij trekt aan het kortste eind', wat betekent dat hij het verliest of het slechtste deel krijgt).

**Verbuiging en vergelijking:**

Als bijvoeglijk naamwoord kan 'kort' worden verbogen. De vergrotende trap is 'korter' en de overtreffende trap is 'kortst'.

  • 'Deze broek is kort.'
  • 'Die broek is korter.'
  • 'Dat is de kortste broek die ik ooit heb gezien.'

**Nuances en Synoniemen:**

Afhankelijk van de context kunnen er verschillende synoniemen of verwante woorden zijn, zoals:

  • Beknopt: Voor een korte tekst of uitleg.
  • Vlug, snel: Voor een korte duur of handeling.
  • Klein: Voor een kleine lengte of omvang.
  • Abrupt, kortaf: Voor een korte en directe manier van spreken of handelen.

In essentie is 'kort' een fundamenteel woord in het Nederlands dat onmisbaar is voor het beschrijven van beperkingen in diverse dimensies, van fysieke eigenschappen tot tijdsverlopen en communicatiestijlen.

Exemplos

1

een korte broek

clothing

short trousers

2

kort haar

appearance

short hair

3

een kort verhaal

literature

a short story

4

een korte pauze

time

a short break

5

dat is te kort door de bocht

idiom

that's too simplistic (literally: too short through the bend)

Colocações comuns

korte broek
kort verhaal
op korte termijn
het korte eind trekken

Frequentemente confundido com

kort vs wachtwoord

80+ letters

Padrões gramaticais

kort geleden in het kort kort maar krachtig

Como usar

'Kort' is a versatile adjective in Dutch, meaning 'short' in terms of length, duration, or height. It can be applied to physical objects, like 'een korte weg' (a short path) or 'kort haar' (short hair). When referring to time, 'een korte pauze' (a short break) is common. It also appears in various idiomatic expressions. For example, 'op korte termijn' means 'in the short term,' and 'tekort komen' means 'to fall short' or 'to be insufficient.' When used to describe a person's temperament, 'kortaf' means abrupt or curt. The comparative form is 'korter' (shorter) and the superlative is 'kortst' (shortest). It's important to note the nuance in context; while 'kort' generally means 'short,' its specific implication can vary significantly depending on the noun it modifies or the idiomatic expression it's part of.

Erros comuns

A common mistake for English speakers learning Dutch is confusing 'kort' (short) with 'korter' (shorter). 'Kort' is the positive form, while 'korter' is the comparative form. Another mistake is sometimes using 'klein' (small) when 'kort' (short) is more appropriate, especially when referring to length or duration. For example, a 'kort verhaal' is a short story, not a 'klein verhaal'.

Dicas

💡

Use 'kort' for physical shortness

When referring to the physical length of something, like hair, a skirt, or a path, 'kort' is the appropriate word.

💡

Don't confuse 'kort' with 'klein'

'Kort' means short in terms of length or duration, while 'klein' means small in size. For example, a 'korte broek' is shorts, but a 'klein huis' is a small house.

💡

'Kort' can also mean brief or concise

You can use 'kort' to describe something that doesn't last long, such as a 'korte vergadering' (a brief meeting) or a 'kort antwoord' (a concise answer).

Origem da palavra

From Middle Dutch cort, from Old Dutch kurt, from Proto-Germanic *kurtaz (compare German kurz, English short), ultimately from Latin curtus.

Contexto cultural

In Dutch culture, 'kort' (short) often implies efficiency and directness, which are highly valued traits. For instance, a 'korte broek' (shorts) is common casual wear, reflecting a practical approach to clothing. In professional settings, 'kort en bondig' (short and concise) is appreciated in communication, highlighting a preference for clarity and avoiding unnecessary embellishment. There's also a cultural emphasis on being 'kortaf' (abrupt or curt) which, while sometimes perceived negatively, can also signal honesty and a no-nonsense attitude, especially in close relationships or informal interactions. The concept of being 'kort door de bocht' (cutting corners or making a hasty judgment) reflects a cultural wariness of oversimplification or lack of thoroughness, indicating a preference for careful consideration despite the general appreciation for brevity.

Dica de memorização

mnemonic for 'kort': Imagine a 'court' (sounds like 'kort') jester who is very short. This can help you remember that 'kort' means 'short'.

Perguntas frequentes

4 perguntas

'Kort' betekent in het Nederlands 'short' in het Engels. Het kan verwijzen naar een kleine lengte, duur of hoeveelheid. Denk bijvoorbeeld aan een 'korte broek' (shorts), een 'korte film' (short film), of een 'kort antwoord' (short answer). Het is een veelgebruikt bijvoeglijk naamwoord met diverse toepassingsmogelijkheden, afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'kortaf zijn' wat betekent dat iemand direct en bondig reageert, soms op een onvriendelijke manier. De betekenis is dus sterk afhankelijk van de woorden waarmee het gecombineerd wordt, en het kan zowel letterlijk als overdrachtelijk worden geïnterpreteerd, wat het een flexibel woord maakt in de Nederlandse taal.

Jazeker! Hier zijn een paar voorbeelden: 'Hij gaf een kort antwoord op mijn vraag.' (He gave a short answer to my question.) 'De film was kort, maar erg indrukwekkend.' (The movie was short, but very impressive.) 'Ik heb een korte pauze nodig.' (I need a short break.) 'Ze woont hier al een korte tijd.' (She has been living here for a short time.) 'De presentatie was kort en krachtig.' (The presentation was short and powerful.) Deze voorbeelden illustreren de veelzijdigheid van het woord 'kort' in verschillende contexten, van concrete objecten tot abstracte concepten zoals tijd en duur. Het kan zowel op zichzelf staand als in combinatie met andere woorden worden gebruikt om specifieke nuances aan te geven, wat de rijkdom van de Nederlandse taal aantoont.

Enkele synoniemen voor 'kort' zijn: 'beknopt' (concise), 'bondig' (brief), 'gering' (small/limited), 'strak' (tight/brief – in de zin van een 'strakke planning'), en 'rap' (quick/swift – soms in de betekenis van een korte opeenvolging). De keuze van het synoniem hangt sterk af van de specifieke context. Bijvoorbeeld, als het gaat om een tekst, zou 'beknopt' of 'bondig' passender zijn, terwijl voor een tijdsduur 'gering' of 'rap' soms kan worden gebruikt. Het is belangrijk om het meest geschikte synoniem te kiezen om de juiste betekenis en nuance over te brengen in de communicatie. Deze variëteit aan synoniemen benadrukt de subtiliteiten van de Nederlandse woordenschat en de noodzaak om zorgvuldig te kiezen voor de meest accurate uitdrukking.

Het tegenovergestelde van 'kort' is 'lang' (long). Dit geldt voor zowel lengte, duur als hoeveelheid. Bijvoorbeeld, 'een korte broek' versus 'een lange broek' (long pants), 'een korte vergadering' versus 'een lange vergadering' (long meeting), of 'een korte zin' versus 'een lange zin' (long sentence). Net als 'kort' is 'lang' een veelgebruikt bijvoeglijk naamwoord met een breed scala aan toepassingen in de Nederlandse taal. De tegenstelling tussen deze twee woorden is fundamenteel en helpt bij het beschrijven van verschillende eigenschappen van objecten, gebeurtenissen en concepten, en vormt een belangrijk onderdeel van de basiswoordenschat voor zowel letterlijke als figuurlijke expressies.

Teste-se

fill blank

De __________ broek is te klein voor mij.

Correto! Quase. Resposta certa:
fill blank

Ik heb een __________ pauze nodig.

Correto! Quase. Resposta certa:
fill blank

De film was te __________.

Correto! Quase. Resposta certa:

Pontuação: /3

Foi útil?
Nenhum comentário ainda. Seja o primeiro a compartilhar suas ideias!