A1 verb ニュートラル 2分で読める

reizen

/ˈrɛizə(n)/

The verb 'reizen' describes the act of journeying or traveling to different locations.

reizen 30秒で

  • To travel from one location to another over a distance.
  • Commonly associated with vacations, business, and exploring new places.
  • A regular Dutch verb used with 'met' for transport modes.

Overzicht

Het werkwoord 'reizen' is een essentieel onderdeel van de Nederlandse taal, vooral omdat Nederlanders bekend staan om hun reislust. Het beschrijft de handeling van het verplaatsen van punt A naar punt B, waarbij de nadruk ligt op de activiteit van de verplaatsing zelf, niet alleen op de aankomst. Het is een regelmatig (zwak) werkwoord, wat betekent dat de vervoeging voorspelbaar is volgens de standaardregels van de Nederlandse grammatica.

Gebruikspatronen

In de tegenwoordige tijd vervoeg je het als volgt: ik reis, jij reist, hij/zij/het reist, wij reizen. In de verleden tijd wordt het 'reisde' (enkelvoud) en 'reisden' (meervoud). Het voltooid deelwoord is 'gereisd'. Een belangrijk aspect is het gebruik van voorzetsels. Men reist 'met' een vervoermiddel (trein, bus, vliegtuig) en 'naar' een bestemming. Ook kun je 'door' een land reizen of 'langs' een bepaalde route.

Veelvoorkomende contexten

'Reizen' wordt het meest gebruikt in de context van recreatie en toerisme. Bijvoorbeeld: 'Ik ga deze zomer door Europa reizen.' Daarnaast is het gebruikelijk in een zakelijke context, zoals 'reizen voor werk' of 'zakenreizen'. In de moderne tijd wordt het ook figuurlijk gebruikt, zoals 'reizen met je geest' door middel van literatuur of meditatie.

Vergelijking met soortgelijke woorden

'Reizen' wordt vaak verward met 'rijden' of 'gaan'. Het verschil is dat 'rijden' specifiek verwijst naar het besturen of inzitten van een voertuig op wielen. 'Gaan' is een zeer algemeen werkwoord voor beweging. 'Reizen' daarentegen impliceert vaak een langere duur, een grotere afstand of een specifiek doel zoals ontdekking. Een ander woord is 'vertrekken', wat alleen het moment van weggaan benadrukt, terwijl 'reizen' het hele proces van de tocht omvat.

例文

1

Ik reis elke dag met de bus naar mijn werk.

everyday

I travel by bus to work every day.

2

De afgevaardigden reizen morgen naar Brussel voor de conferentie.

formal

The delegates are traveling to Brussels tomorrow for the conference.

3

Zullen we deze zomer samen gaan reizen?

informal

Shall we go traveling together this summer?

4

Het fenomeen van reizen in de vroege middeleeuwen was beperkt tot pelgrims.

academic

The phenomenon of travel in the early Middle Ages was limited to pilgrims.

よく使う組み合わせ

reizen met de trein traveling by train
de wereld rondreizen traveling around the world
naar het buitenland reizen traveling abroad

よく使うフレーズ

Goede reis!

Have a good trip!

Veel reizen

To travel a lot

よく混同される語

reizen rijden
Rijden specifically means driving or riding a vehicle, while reizen is the general concept of a journey.
reizen rijzen
Rijzen (with -ij) means to rise or ascend, it is pronounced the same but spelled differently.

文法パターン

reizen met + [vervoermiddel] reizen naar + [bestemming] reizen door + [gebied]

使い方

使い方のコツ

In Dutch, 'reizen' is neutral in formality and can be used in almost any context. It is often used as a gerund (het reizen) to discuss travel as a hobby. When talking about short commutes, Dutch people often prefer 'reizen' over 'pendelen' (commuting) in casual speech, though 'reizen' implies a more significant distance.


よくある間違い

English speakers often try to use 'door' for 'by train' (door de trein), but you must use 'met'. Another mistake is using the 'z' in the first person singular (ik reiz), which is incorrect; it must be 'ik reis'. Lastly, don't confuse 'reizen' with 'vakantie vieren', which specifically means celebrating/having a holiday.

ヒント

💡

Use 'met' for modes of transport

Always pair 'reizen' with 'met' when talking about vehicles, like 'reizen met het vliegtuig'.
⚠️

Watch the 's' and 'z' spelling

The stem is 'reis' (with an 's'), but the infinitive is 'reizen' (with a 'z'). Remember: ik reis, wij reizen.
🌍

Dutch love for travel

The Dutch are famous for 'reizen met de caravan'. It is a significant part of their holiday culture.

語源

Derived from Middle Dutch 'reisen', which meant 'to set out' or 'to go on a journey'. It is related to the English word 'rise'.

文化的な背景

Traveling is a core part of Dutch identity, with many people taking multiple trips per year. The 'NS' (Dutch Railways) is the primary way many people 'reizen' within the country.

覚え方のコツ

Think of the word 'Rise' – you rise from your seat to start 'reizen' (traveling). Just remember the 's' changes to a 'z' in the long form.

よくある質問

4 問
Het is een zwak werkwoord. De verleden tijd is 'reisde' en het voltooid deelwoord is 'gereisd'.
Meestal gebruik je 'hebben' (ik heb veel gereisd), maar als er een duidelijke richting of bestemming is, kun je soms 'zijn' horen, hoewel 'hebben' de standaard is.
Dit zijn homofonen. 'Reizen' is reizen (travel), terwijl 'rijzen' stijgen of omhoog gaan betekent (zoals de zon of deeg).
Je zegt: 'reizen met de trein'. Het voorzetsel 'met' is hier essentieel.

自分をテスト

fill blank

Wij ___ volgend jaar naar Japan.

正解! おしい! 正解: reizen

Het onderwerp is 'wij' (meervoud), dus we gebruiken de infinitiefvorm 'reizen'.

multiple choice

Ik reis graag ___ de trein.

正解! おしい! 正解: met

In het Nederlands gebruik je 'met' om aan te geven welk vervoermiddel je gebruikt.

sentence building

houdt - van - zij - reizen - veel

正解! おしい! 正解: Zij houdt veel van reizen.

De standaard zinsbouw is Onderwerp + Persoonsvorm + Rest.

スコア: /3

役に立った?
まだコメントがありません。最初に考えをシェアしましょう!