Use 'de' for specific masculine/feminine singular nouns and for every plural noun without exception.
30秒词汇
- Definite article for masculine and feminine singular nouns.
- The universal definite article for all plural nouns.
- Used for approximately 75% of all Dutch nouns.
Overview
Overzicht: Het woord “de” is het meest voorkomende lidwoord in het Nederlands. Het fungeert als een bepaald lidwoord, wat betekent dat het verwijst naar een specifiek persoon, dier of ding waarvan de identiteit bekend is bij de spreker en de luisteraar. In tegenstelling tot het Engels, dat alleen “the” heeft, kent het Nederlands een onderscheid tussen “de” en “het”. Ongeveer 75% van alle zelfstandige naamwoorden in het Nederlands zijn “de”-woorden.
Gebruikspatronen: Er zijn drie hoofdsituaties waarin “de” wordt gebruikt. Ten eerste voor mannelijke woorden (zoals “de man”, “de zoon”). Ten tweede voor vrouwelijke woorden (zoals “de vrouw”, “de dochter”). Ten derde, en dit is een cruciale regel voor beginners, wordt “de” altijd gebruikt voor het meervoud van alle zelfstandige naamwoorden, zelfs als het enkelvoud een “het”-woord is (bijvoorbeeld: het boek wordt de boeken). Ook bij beroepen, rivieren, bergen en de meeste planten en vruchten is “de” het standaard lidwoord.
Veelvoorkomende Contexten: Je komt “de” tegen in vrijwel elke zin. Het wordt gebruikt bij mensen (de leraar), objecten (de tafel), en abstracte begrippen (de liefde). Het bepaalt ook de vorm van bijvoeglijke naamwoorden die erop volgen; bij een “de”-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord in de meeste gevallen een -e uitgang (de grote auto, de mooie dag).
Vergelijking met andere woorden: Het grootste struikelblok voor taalleerders is het verschil tussen “de” en “het”. “Het” wordt gebruikt voor onzijdige woorden. Er zijn weinig vaste regels om te bepalen of een woord “de” of “het” is, dus het moet vaak uit het hoofd geleerd worden samen met het zelfstandig naamwoord. Een handige tip is dat verkleinwoorden altijd “het” zijn (het boompje), maar zodra ze meervoud worden, worden ze weer “de” (de boompjes). Vergeleken met het onbepaalde lidwoord “een”, geeft “de” aan dat we het over een specifiek exemplaar hebben in plaats van een willekeurig exemplaar.
例句
De koffie staat op de tafel.
everydayThe coffee is on the table.
De directeur zal de vergadering openen.
formalThe director will open the meeting.
Pak jij de fiets even?
informalCould you grab the bike?
De resultaten van de analyse zijn significant.
academicThe results of the analysis are significant.
常见搭配
常用短语
de klos zijn
to be the one in trouble
de pineut zijn
to be the victim / to be in for it
容易混淆的词
Het is used for neuter singular nouns, whereas de is used for masculine and feminine singular nouns.
Een is the indefinite article (a/an), used when referring to a non-specific item, while de is definite.
语法模式
How to Use It
使用说明
In Dutch, 'de' is neutral in register and used in all levels of formality. It is mandatory for specific references. Unlike English, the choice between 'de' and 'het' is grammatically determined by the noun's gender.
常见错误
The most frequent error is using 'het' for a 'de' word or vice versa. Another common mistake is forgetting that 'het' words become 'de' in the plural. Beginners also often forget the -e suffix on adjectives following 'de'.
Tips
The 75 Percent Guessing Rule
If you are unsure whether to use 'de' or 'het', always guess 'de'. Statistically, you will be right 75% of the time.
Plurals Always Change to De
Don't forget that 'het' words like 'het kind' become 'de kinderen'. The neuter gender is lost in the plural form.
Regional Variations in Gender
In some southern dialects and in Flanders, the distinction between masculine and feminine is more pronounced than in the north.
词源
Derived from the Proto-Germanic demonstrative roots. It evolved from Middle Dutch 'die', which served as both a demonstrative and a relative pronoun.
文化背景
The 'de/het' distinction is one of the most defining and difficult features of the Dutch language for non-native speakers. It is often a marker of native-level fluency.
记忆技巧
If it's more than one (plural), it's always 'de'. If it's a person, it's almost always 'de'.
常见问题
4 个问题Je gebruikt 'de' voor mannelijke en vrouwelijke woorden. Omdat dit lastig te zien is, moet je het lidwoord meestal samen met het woord uit je hoofd leren.
In het meervoud is het altijd 'de'. Zelfs woorden die in het enkelvoud 'het' hebben, krijgen in het meervoud 'de' (bijv. het huis -> de huizen).
Ja, als er een 'de'-woord volgt, krijgt het bijvoeglijk naamwoord bijna altijd een -e (de lange man, de warme soep).
Woorden voor personen, beroepen, vruchten, bomen en rivieren zijn bijna altijd 'de'-woorden.
自我测试
___ zon schijnt vandaag heel fel.
Zon is een vrouwelijk woord, dus we gebruiken 'de'.
Ik lees ___ boeken.
Alle zelfstandige naamwoorden krijgen 'de' in het meervoud.
de / hond / in / tuin / de / loopt
De zin begint met het onderwerp 'De hond' gevolgd door de persoonsvorm.
得分: /3
Summary
Use 'de' for specific masculine/feminine singular nouns and for every plural noun without exception.
- Definite article for masculine and feminine singular nouns.
- The universal definite article for all plural nouns.
- Used for approximately 75% of all Dutch nouns.
The 75 Percent Guessing Rule
If you are unsure whether to use 'de' or 'het', always guess 'de'. Statistically, you will be right 75% of the time.
Plurals Always Change to De
Don't forget that 'het' words like 'het kind' become 'de kinderen'. The neuter gender is lost in the plural form.
Regional Variations in Gender
In some southern dialects and in Flanders, the distinction between masculine and feminine is more pronounced than in the north.
例句
4 / 4De koffie staat op de tafel.
The coffee is on the table.
De directeur zal de vergadering openen.
The director will open the meeting.
Pak jij de fiets even?
Could you grab the bike?
De resultaten van de analyse zijn significant.
The results of the analysis are significant.
Related Content
在语境中学习
相关表达
相关词汇
更多general词汇
aanbevelen
B1To suggest something as a good choice.
aandacht
B1Focus or notice directed towards someone or something.
aandachtig
B1Paying close attention
aandrang
B1Urgent pressure or request.
aandringend
B1Persistent and urgent.
aanduiden
B1To be a sign of or to indicate.
aanduiding
B1A sign or mark indicating something.
aaneensluiten
B2To join or connect together.
aangeven
B1To point out or indicate.
aangezien
B2Given that or because